24 Okt 2011

Hij wil al tijden niet meer op zijn kamer slapen. Ook niet spelen daar met zijn lego overdag. Er zijn geesten, hij voelt ze, ziet ze, telkens weer. Boos? Nee, dat zijn ze volgens hem niet. Hij denkt zelfs te weten wie het zijn. Maar ze belemmeren hem in alles wat hij doet en wil, alsof ze voortdurend over zijn schouder meekijken. 
'Maar wat wil je dan allemaal?' vraag ik. 
Hij vertelt over het kasteel en hoe hij het op zijn kamer zou willen bouwen. Over de torens, de brug, zijn ridders en het water eromheen.
'Maar nu geef jij dus eigenlijk jouw kamer zomaar weg...,' merk ik op na een aftastende stilte en strijk door met mijn handen over de spanning van zijn rug. 
Hij staart nadenkend naar opzij en mompelt. 'Mhh... ja...' Strekt zijn rug... schuift energiek naar voren tot aan het puntje van zijn kruk. 'Ja, eigenlijk wel, ja.' 
Ik sta op van míjn kruk, loop om hem heen, kijk hem aan, leg hem uit dat hij zelf zijn ruimte weggeeft, ruimte maakt door weg te gaan of misschien wel ervoor vlucht. Dat hij die ruimte weer eigen kan maken door er te zijn, in overtuiging van wat hij zelf wenst en wil. Ik leg hem uit dat zijn aanwezigheid minstens even sterk is en dat hij net als met zijn vrienden zelf mag bepalen wie hij toestaat op zijn kamer, als hij daar zelf ook maar in gelooft. 

Als hij even later in de witte, leren behandelstoel ligt ademen we samen, dieper door naar zijn buik om zich zo te concentreren op het voelen van zijn eigen ruimte en het negeren van alle ruis eromheen. 
Hij knikt instemmend als ik nog eens vragend knik.Waar wij volwassenen van alles in twijfel trekken gelooft een kind nog zondermeer.
'Ik zou dat kasteel daar maar gaan bouwen,' stel ik dan voor.
'Dat ga ik doen,' zegt hij nu beslist. 'Maar ik heb daar wel even wat tijd voor nodig, hoor. Ik begin dan met bijvoorbeeld een uur.' Het klinkt haast volwassen.

These icons link to social bookmarking sites where readers can share and discover new web pages.
  • email
  • Facebook
  • Hyves
  • Twitter
17 Aug 2011

Een bijdrage. Wat is gedachten lezen nu precies? Op Willem Wever

These icons link to social bookmarking sites where readers can share and discover new web pages.
  • email
  • Facebook
  • Hyves
  • Twitter
24 Mrt 2011
'We gaan vandaag behandelen met ruis,' zeg ik.
'Met ruis?'
'Met ruis! Vandaag geen gezeur over schuivende stoelen of geroezemoes, geen gefluister, we bespreken alles hardop. Doe alsof je alleen op de wereld bent en houd vooral geen rekening met elkaar.
Ze kijken me aan alsof ze water zien branden. 'Moet dat?'
'We hadden gehoopt op een, eh...,' sputtert M., maar ze maakt haar zin niet af. 
'Ach toe, het is de laatste les. We zijn al zo moe.' valt S. haar bij.
Ze zijn inderdaad moe, zo aan het einde van het schooljaar met alle tentamendrukte, dat stralen ze ook helemaal uit, maar vandaag ben ik vastbesloten.

'Straks begrijpen jullie waarom, echt,' zeg ik overtuigd.

Met enige tegenzin gaan ze baldadig aan de slag en maken een herrie van jewelste. Vandaag mag het, moet het. 
Ik observeer genoegzaam dat al snel niemand zich meer om bekommert om iemand of om welke herrie dan ook. Daar waar ze anders op elkaar mopperen als men weer eens vergeet om zachtjes te doen, maken ze nu van de nood een deugd en gaan volledig op in hun eigen, energetische ruimte. Het heeft geen zin te focussen, als je al weet dat niemand je nog tegemoet zal komen. 
Ik stap stevig van de één naar de ander voor persoonlijke feedback. Ik haal mobiel mijn mail op met het geluid op loud. Niemand merkt het nog op, iedereen werkt geconcentreerd. Geconcentreerder zelfs dan ooit 
'En?' vraag ik, als de les bijna ten einde is. 'Iemand last gehad van iemand?'
Niemand. Men lacht vermakelijk. Wie had dat gedacht. Ze zijn perplex, niet meer moe, zelfs kwieker dan ooit, zo aan het einde van een les. En dat terwijl men juist zo'n moeite had met het afsluiten voor anderen, in welke ruimte dan ook. Dat was de laatste lessen meer dan eens aan de orde gekomen.

'Het werkt niet anders met ruis in je dagelijkse omgeving,' voeg ik er nog aan toe. 'Zodra je je eraan stoort stem je erop af en dat kost energie. Kwartje gevallen?' toets ik.

Kwartje gevallen.
'Op dan naar de eindejaarsborrel!'
 
*Een nog niet eerder gepubliceerd oudje, maar hij kan nog net, zo vlak voor het schooljaar op de HGU weer begint.



These icons link to social bookmarking sites where readers can share and discover new web pages.
  • email
  • Facebook
  • Hyves
  • Twitter
07 Jul 2010

Vandaag heeft hij (4) na de behandeling even geen interesse in de snoeptrommel. Nee, hij praat liever even bij over Toet Ank Amon.
'Wie is dat?' vraag ik.
'De koning van Egypte.'
'O?'
'Die werd heel oud en ging toen slapen.'
'O!?'
'Ja... in een piramide.'
'...'
'...en toen werd-ie weer opgegraven en was-tie een mummie.'
'Hoe weet je dat allemaal?' vraag ik verontwaardigd.
Hij haalt zijn schouders op. Dat weet hij niet.
Ik zet hem de snoeptrommel voor, voor het geval hij dat vergeet.
'Hebben jullie hem zo wijs gemaakt?' peil ik zijn paps, terwijl hij (4!) naarstig naar zijn favoriete stukje snoepgoed zoekt.
'Nee,' antwoordt die met ook een nog immer verontwaardigde blik. 'Hij zag onderweg eens schilderij en zei: He, dat is Toet Ank Amon. En dat was ook zo.'
Bij de voordeur praat hij (4), heftig kauwend op zijn roze fruitstaafje, ook even bij over het WK. Dat Spanje eigenlijk van Nederland had moeten winnen. Maar gelukkig zijn we het niet over alles zo eens.

These icons link to social bookmarking sites where readers can share and discover new web pages.
  • email
  • Facebook
  • Hyves
  • Twitter
26 Sep 2009

Ze is teleurgesteld, maar laat niets merken. Althans, niet in haar gedrag.
'Ik heb er weer veel aan gehad,' zegt ze beleefd en ontwijkt mijn blik. We lijken uitgepraat.
'Echt?' vraag ik door. 'Vertel eens.'
Ze valt even stil en zoekt naar woorden.
'Ik kan het niet goed onder woorden brengen, maar ik begrijp wel wat je hebt gezegd, echt.' Wat haar betreft is het klaar.
'Je had gehoopt op een antwoord en dat heb ik je niet gegeven...'
Het valt weer stil.
We kijken elkaar inschattend aan.
Ze voelt zich ongemakkelijk met de stilte, maar de stilte doet zijn werk.
'Ik kan wel janken, maar dat wil ik niet, ik wil dat het over is,' zegt ze dan en ze lacht door haar betraande ogen heen. 'Maar het is nog lang niet over, hè?'
'Nee,' beaam ik.
Haar afweer voor het antwoord op haar eigen vraag verandert nu in zachtheid. Dat vertel ik haar.
Ze begint opnieuw te praten.
Ik stel opnieuw de vragen. 
De vraag waarvoor ze kwam is niet meer relevant.
'Wat een mooi gesprek, hè... Haast filosofisch,' zegt ze drie kwartier later glimmend.
Ik pak mijn agenda.'Wat moet ik doen de komende week?' 
'Niets.' 
'Niets!?'
'Nee, alleen maar voelen wat je voelt. Dan gaan we het daar over hebben.'
Ze kijkt me haast betoverend aan. Ze begrijpt nu wat ik bedoel.

These icons link to social bookmarking sites where readers can share and discover new web pages.
  • email
  • Facebook
  • Hyves
  • Twitter