WEBLOG VAN EEN PARANORMAAL THERAPEUT door Elly van Wijnbergen

Meer dan we denken

27 07 05 - 14:35
Ik zag in gedachten iets ronds met daarbij een oudere vrouw met krullend haar. Ik zag ook water en een soort hoge kraan. Ik kon het niet anders omschrijven. “Maak maar open.”, zegt G. Ik had een waarneming gedaan met een gesloten envelop. Uit de envelop kwam een foto met daarop een ronde fontein en op de rand van de fontein zat een oudere vrouw met krullend haar. “Moet ik hier nog iets aan toevoegen...” zegt G. lachend en met een blik van ‘dit is toch zo klaar als een klontje’. “Nee, doe maar niet”, zeg ik. Ik had wel vaker waargenomen aan de hand van foto’s of voorwerpen, dus daarover had ik geen twijfel, maar een vertaling van het plaatje zelf, dat is anders. En ik weet ook niet of ik dat nou wel 'paranormaal' wil noemen, want ik las ooit eens een artikel in Panorama (en er was destijds volgens mij ook een tv programma over), dat mensen en ook met name kinderen leerden lezen met hun handen, terwijl hun ogen waren geblinddoekt. Het was verbazingwekkend hoe gedetailleerd de pagina’s van een tijdschrift werden beschreven. Dat geeft toch te denken. En iedereen kon het, na wat onderricht. Het is jammer dat ik niet meer precies weet hoe, wat en waar, maar misschien weet u het nog. Het was in elk geval niet in ons kikkerlandje, maar een eind weg. We gebruiken op dat moment dus gewoon een ander zintuig. Ik trek dus sterk in twijfel of wat ik deed met die foto wel buitenzintuiglijke waarneming was. Zodra ik echter ga waarnemen over gevoelens van de persoon op de foto, dan wordt het anders. En zodra de ratio daar weer bij komt kijken wordt het weer anders... Als ik cursisten laat kennismaken met het waarnemen aan de hand van foto’s of voorwerpen, dan is het frappant hoeveel juiste informatie  er dan naar voren komt.  Het zijn vaak maar kleine details, en daarin onderscheid het zich dan van de mens die dan ‘paranormaal’ of ‘sensitief’ genoemd wordt en daarin wat ruimer ‘ziet’, maar toch... En als cursisten dan verrast zijn over dit feit, dan bakken ze er de volgende keer doorgaans niks van. En waarom dan niet? Omdat ze de eerste keer dat ik ze het laat ervaren, ze er lacherig over doen en er van overtuigd zijn dat ze het niet kunnen. Ze doen het als het ware zonder verwachting, onbevangen dus, en de ratio, die dan zorgt voor twijfel, staat hen daarbij eigenlijk nog nét niet in de weg. De tweede keer dat zij de oefening doen is het al anders. Dan weten zij dat het mogelijk is en dan willen zij te graag, omdat ze nieuwsgierig zijn waar hun grens ligt. En bij het 'willen' blokkeert de buitenzintuiglijke waarneming. Dan nog iets verrassends (althans, voor u) Ik heb nog nooit een cursist gehad die na een oefening aura’s kijken niets had gezien. Zo 'paranormaal' is het dus allemaal niet, want ik praat over de cursus intuïtieve ontwikkeling die iedereen destijds kon volgen. Daar hoefde je echt niet paranormaal voor te zijn. En ook hierbij geld dan weer dat de gradatie van wat je ziet weer afhankellijk is van je mogelijkheden. We kunnen écht meer dan we denken. En als u dát nou eens accepteert dan gaat er al een wereld voor u open. Geloof me.

Praten in prikkels

20 07 05 - 16:35
Eens in de vier weken komt hij nog op consult. Niet omdat het nodig is, maar wel omdat het zo goed met hem gaat en het moment van 'loslaten' nog niet nader bepaald is. “Wil je nu tegen Elly zeggen wat je in de auto tegen mama zei?”, vraagt zijn moeder op lieve toon.
“Ik ben benieuwd.”, zeg ik. Hij kan zo leuk, maar vooral goed formuleren wat hij voelt. Hij is zes jaar oud. Ik schreef eerder over hem in de column: Wel hondermiljoenmiljard!! Wij praten in prikkels.... Ik citeer: ...Als ik zijn moeder vertel dat zijn energieveld beter voelt, ruimer en meer open, zegt hij spontaan: "Ik heb nog maar duizend prikkels." "Nog maar duizend prikkels? En hoeveel had je er dan eerst?" "Wel honderdmiljoenmiljard!!!", antwoord hij op een toon dat ik wel begrijpen móet dat dàt er veel te veel zijn.... “Nou...” begint hij, “ik heb nog een paar prikkels en die wil ik graag houden, want ik kan daar andere kindjes blij mee maken, dus ik wilde vragen of het goed is dat ik die houd.” Hij kijkt me vol verwachting aan. “Moet je aan me uitleggen. Hoe doe jij dat. Hoe maak jij andere kindjes blij met jouw prikkels?” vraag ik echt nieuwsgierig. “Nou, ik word dan een soort clown en maak die kindjes die niet blij zijn aan het lachen, en dan word ik ook blij, en zonder drie pikkels kan ik dat niet, dus daarom wil ik ze graag houden.” Hij kijkt me verwachtingsvol aan... Ik smelt voor deze uitleg... “Jij wilt dus eigenlijk aan mij vragen of je niet meer bij me terug hoeft te komen. Toch?” Hij knikt heftig en blij van ja. “Dan heb ik een goeie deal voor je. Luister...” Zijn oogjes glinsteren. Hij is één en al vrolijkheid. Al tijden trouwens. Je kunt zien dat hij weer lekker in zijn velletje zit. Hij wipt blij heen en weer met zijn beentjes in afwachting van de deal, want het is toch allemaal best wel spannend... “Hier is de deal." zeg ik. "Jij hoeft niet meer terug te komen. Maar... als er weer meer prikkels komen, dus prikkels die jij niet wilt, dan kom je weer  terug, en dan gaan wij die prikkels weer samen weghalen. Is dat een goeie deal?” Hij knikt opgelucht. Hij vind het een prima deal! Zijn moeder vind het allemaal wel wat eng. Het gaat nu zo goed. Ook met ruime tussenpozen van behandelen, maar stel... Maar diep in haar hart weet ze ook dat het goed is zo... Mag Elly jou dan vandaag nog één keer behandelen?, vraagt zij vol respect voor zijn besluit. Het mag. Hij zet zelf de grote stoel voor de laatste keer in de goede stand, want dat blijft spannend, klimt er weer in, vervolgt zijn ritueel, maar eigenlijk is dat wel het hoogtepunt. “Ik tel nog vijf keer tot tien en dan ben jij klaar. Goed?” “Goed.” zeg ik. En hij begint heel snel te tellen. De boodschap is helder. Ik weet er nog wat vertraging uit te slepen, maar dan is het toch écht genoeg. Er zitten nog drie kleine zakjes in de snoeptrommel. Eén voor hem, één voor z'n broer, want dat is vaste prik, en nog een bonus voor een goed besluit. Hij bekijkt zijn winst, maar eigenlijk vindt hij deze serie snoepjes niet zo lekker, bekent hij. Het zijn dezelfde als de vorige keer en ze zijn een heel beetje zuur. Toch is hij er blij mee, want ze zijn wel leuk om mee te foppen. Zijn moeder was er vier weken terug ingetuind toen ze dacht een heerlijk snoepje van hem te krijgen. En dat was lachen dus. En van lachen wordt je blij... “Dag knul.” zeg ik. Hij belooft me nog een tekening en verdwijnt al huppelend uit mijn gezichtsveld. En moeder fluistert nog even zachtjes. “Misschien dat ik over 8 weken nog eens kom om te checken hoor...”

Op zoek naar jezelf

13 07 05 - 11:08
“Met name het ongecontroleerd uitflippen is herkenbaar, dus ik ga liever voor een cursus hoe blijf ik d’r in...”, schrijft Frea onder die hele lange column van twee weken terug.
Ik heb beloofd hierop terug te komen, en ik grapte dan wel dat dát de cursus voor gevorderden is, maar het is werkelijk een feit dat je d’r maar mooi mee kunt zitten. Met name mensen die erg sensitief zijn weten waar ik het over heb. Het niet goed geaard zijn. Bij het minste geringste d’r uit flippen. Ik ken het ook. Als geen ander. Het is een surveivelltechniek die ik als kind tot gewoontepatroon heb ontwikkeld. Onbewust weg van de ‘werkelijke’ wereld. En dat is een makkie als je ‘paranormaal’ bent, ook zonder dat je het weet. Want ik wist het niet. Ik kwam er zo rond mijn dertigste pas achter. Het verklaarde veel, maar daarmee is de klus om het af te leren nog niet geklaard. Je kunt je voorstellen dat het niet goed geaard zijn een zeer ongezonde bezigheid is voor lijf en leden. En niet alleen voor lijf en leden, want er ongecontroleerd uit flippen getuigt niet van geestelijke stabiliteit. En geestelijk onstabiel vertoeven in die andere dimensie is eveneens een ramp. Vergelijk het met op de vlucht slaan voor dreiging en terecht komen in een gettowijk met een blinddoek voor... Althans, als je een slechte trip maakt en dat doe je als je beheerst wordt door angst en onmacht. Ik was als kind en jonge volwassene altijd ziek en vluchtte in de nachtelijke uren, als ik dan onrustig wakker werd, onbewust die andere dimensie in. Ik stemde mij vanuit mijn onrust en angst af op lagere sferen, en raakte dan in paniek het spoor bijster. Het werd een vicieuze cirkel, want ik raakte bekend met de angst van die lagere sferen en door die angst werd de aantrekkingskracht enkel nog maar groter. Ik werd tijdens zo’n trip dan letterlijk ziek, moest overgeven, als fysieke reactie daarop, en als het dan weer dag werd, klaarde ‘de lucht’ weer op en kreeg ik weer grip op mijn aardse werkelijkheid (dacht ik). Psychiaters en artsen wisten geen raad met me en ikzelf al helemaal niet. Het was onverklaarbaar. Het patroon zette zich door. Het was mijn manier van omgaan met onverwerkt trauma. Het automatisme werd daarbij een vicieuze cirkel en ook een trauma op zich... Later ben ik gaan begrijpen dat wat er gebeurde geen muizenissen waren, maar werkelijkheid. Maar begrijpen verergerde in eerste instantie de kwaal. Want niet weten hoe je dan aan die werkelijkheid weer kunt ontsnappen, maakte het probleem groter. Want waar eerst de gedachte, jezelf met alles wat je ziet, voelt en ervaart niet serieus te nemen, nog enig gevoel van veiligheid bood, blijft er weinig meer over om in te ‘vluchten’. Toch stemmen wij niet zomaar af in lagere sferen van die andere dimensie. We worden niet zomaar overvallen door die andere werkelijkheid. Het is de wet van oorzaak en gevolg. De wet van energetische aantrekkingskracht. Energie baant zich een weg... En het heeft te maken met onvolkomenheden, zoals trauma’s en onverwerkte emoties in jezelf. En zodra je gaat begrijpen waarvoor je dan op de vlucht bent, krijg je uiteindelijk meer grip op welke werkelijkheid dan ook. Het is dus te gemakkelijk om te stellen dat  je een probleem hebt. omdat je paranormaal bent. Als je wilt aarden, ga dan op zoek naar jezelf. Ga op zoek naar de reden van je vlucht. Ga op zoek naar wie je bent in het hier en nu. Vanuit dat gegeven wordt die andere dimensie een stuk aangenamer om in te vertoeven. Ken uzelve... Dan (her)ken je de ander... Het is niet zo dat je opeens voelt dat je geaard bent. Net zo geleidelijk als het patroon van niet geaard zijn zich ontwikkelt, is de weg terug ook die van de geleidelijkheid. Dus het heeft geen zin om te zeggen: En nu ben ik zat en nu ga ik aarden. Het heeft tijd nodig en voor je het weet komt het goed. Toen ik destijds op het van Praag Instituut de cursus Therapeutic Touch ging volgen met als enige doelstelling goed te leren aarden, bleek dat ik inmiddels al zo geaard was als wat. Ik had het zelf niet eens door omdat er geen moment komt van 'opeens' geaard zijn. Ik moest aan het begin van de cursus als voorbeeld staan voor de groep opdat men kon zien hoe stevig geaard zijn eruit ziet. Ik was verbaasd. Men scheen het dus te zien. Wie had dat gedacht, dacht ik. Ik bleek dus van nature al te staan zonder dat ik er zelf erg in had. Ik had de cursus er dus niet voor nodig. Ik heb inmiddels wel een allergie ontwikkeld voor zweverigheid, maar daar hoef je niet paranormaal voor te zijn...

Automatisch schrift

06 07 05 - 13:39
Er zijn genoeg schrijvers die er van overtuigd zijn dat ze de tekst van het door hen geschreven boek hebben doorgekregen vanuit een andere dimensie. Een voorbeeld daarvan zijn de boeken van Neale Donald Walsch, de schrijver van ‘Een ongewoon gesprek met God’ of de boeken van Seth, die wordt beschreven als een hogere intelligentie die de fysieke aanwezigheid van Jane Roberts (1929-1984) gebruikte om zijn kennis en inzichten met ons aardsen te delen. Maar er is een verschil tussen het doorkrijgen van tekst en het vervolgens opschrijven of dicteren ervan, of het echt automatisch schrijven, waarbij je arm als het ware wordt bestuurd. Vergelijkbaar met het verhaal dat ik in de column van vorige week schreef over het volledig uithuren van je lichaam. Je praat dan over een lichaamsdeel, maar eigenlijk gebeurt er precies hetzelfde. Mij overkwam het weer pardoes. Lang geleden. Ik was schoonheidspecialiste (inmiddels alweer zo’n 21 jaar geleden dat ik mijn salon startte), en zoals ik al eerder beschreef had ik in die tijd een soort open huis op energetisch niveau. Niet omdat ik dat leuk vond, maar wel omdat ik niet wist hoe ik die deuren moest sluiten. Ik had een klant voorzien van een masker op het gelaat, dat twintig minuten in moest trekken. Om de tijd te doden tijdens het wachten, begon ik wat te kliederen op papier, zoals je wel meer huisjes kliedert tijdens een saai telefoongesprek. En wachten met op de achtergrond een heerlijk relaxend muziekje voor de ontspanning van de klant deed het ook goed bij mij. Zo goed dat ik niet eens in de gaten had dat wat ik zat te kliederen geen geklieder was, maar tekst. Niet van mij, maar ik kwam er wel snel achter van wie het dan wel was... Hij zat in mijn hoofd Ik had niet echt mijn arm uitgehuurd, maar ik stond wel energetisch in verbinding met iemand met wie ik nauw verbonden was. Te nauw. Ik was hem op verzoek destijds gaan behandelen, en ik wist niet wat ik op energetisch niveau in huis haalde. Het was geen cliënt, want zover was ik destijds nog niet, maar wel iemand uit mijn naaste omgeving die grote problemen had en die zich al enige tijd aan mij ‘vastklampte’ omdat de behandeling een groot effect op hem had gehad in positieve zin. Ik klampte mij ook aan hem vast natuurlijk, omdat ik niet bij machte was energetisch afstand van hem te nemen. Ik wist gewoon niet hoe. Hij zat in mijn hoofd en ik kreeg hem er niet uit. Ik voelde mij te betrokken en we hadden dus samen een probleem. Hij was ook paranormaal en had ook geen controle. Out of controle Het bleek dat hij op hetzelfde tijdstip dat ik zat te kliederen zijn eerste ervaring met automatisch schrift had, volledig automatisch dus, out of controle. En ik dus ook. Ik had op afstand gelijktijdig opgeschreven wat hij thuis had opgeschreven. Dit was toetsbaar. Ik wist niet dat het kon en ik was ervan geschrokken, maar het drukte mij wel weer met de neus op de feiten. Het had onbewust weer iets in mij geraakt, waardoor het daarna ook niet meer is gebeurd. Precies zoals ik dat beschreef omtrent de ervaring die staat beschreven in de column Buiten je lichaam treden. Die tijd, waarin ik geen controle had en waaruit ik nu maar weer een fragment beschrijf, was een harde leerschool, en een goede. Het is beter te weten hoe het zit door de ervaring, dan er naar te moeten gissen van horen van... Shakespeare-achtig Het gebeurt niet vaak, maar er zijn nog steeds momenten waarin ik mezelf kan laten gaan en ik er dan van alles uitrammel dat mij dient, als ik daarvoor kies. Het is een taal die anders is dan ik hier op het net gebruik in mijn columns. En áls ik er al iets van gebruik in een column, dan maak ik er eerst zelf een vrije vertaling van. Ik heb het wel ongecensureerd gebruikt tijdens mijn HBO opleiding. Want daar mag het best ingewikkeld klinken.: “Het lijkt wel shakespeare-achtig.” zei Drs. H.B., en die kon ik er mee paaien, want het was altijd goed voor een negen op de cijferlijst. Kijk, da’s dan wel weer handig  Niet dat ik uitleg gaf hoe dat soort epistels tot stand kwamen, maar er waren opdrachten bij die zich bij uitstek leende voor de taal die ‘ik’ dan bezig. Completer beeld Ik kan het niet op commando, maar het overvalt me als het ware en het voelt dan vertrouwd, alsof ik weet waar het vandaan komt. Het stroomt dan als het ware binnen en mijn vingers geven het via het toetsenbord vorm. En het gekke is dan dat alles, ook al zijn het soms zinnen waar geen eind aan lijkt te komen, grammaticaal klopt. Ik moet het teruglezen om erachter te komen of wat ik heb opgeschreven er ook goed staat. Het schrijven zelf gaat zo razendsnel dat ik geen tijd heb om erover na te denken. Ik weet wel waar het over gaat, volledig, want ik voel wat ik dan schrijf. En dat gevoel is een completer beeld dan woorden ooit kunnen vertalen. Ik heb dan het gevoel dat onze taal arm is in vergelijking tot wat ik dan ervaar. Is het bijzonder? Nee, ik denk van niet. Ik denk dat veel schrijvers en dichters, bewust of onbewust gebruik maken van deze vorm van inspiratie. Maar ik ben er ook van overtuigd dat wij ook zelf voldoende inspiratiemomenten hebben met een gevoel van: Waar haal ik het vandaan... We zouden arm zijn als we alles dat we geïnspireerd schrijven buiten onszelf plaatsen.