
Hij is drie en heeft regelmatig pijn in zijn buikje. Mama vraagt hem thuis alvast of het goed is dat ik straks mijn handen op zijn buik leg, ze legt ook uit waarom. Hij is het er helemaal mee eens, behalve die behandelstoel boven, waar mama over vertelt, dat is geen goed plan...
Als hij over de drempel stapt loopt hij vastbesloten de kortste route naar de bank in de huiskamer, hijst met twee handjes zijn shirt tot aan zijn kin en gaat er helemaal voor liggen.
'Moet het nu al?' vraag ik lachend.
'Ja.' zegt hij zachtjes, maar zeer overtuigd.
Ik leg mijn handen op zijn buikje. Het voelt onrustig, ik voel zijn pijn in mijn handen...
Hij blijft roerloos liggen... kijkt me met zijn lieve, blije blauwe oogjes aan...
'Lekker?' vraag ik gecharmeerd.
'Ja.'
Na een paar minuten draait hij op zijn buikje, ik begrijp zijn plan... Ik strijk mijn handen over zijn kleine ruggetje, zijn oogjes zijn dicht. Als ze weer open gaan draait hij zijn buik weer uitnodigend naar me toe.
'Nóg meer?' vraag ik plagend.
'Ja.'
Als ik even later zijn buikje nog eens aftast om er zeker van te zijn dat ik niets over het hoofd heb gezien heeft hij het allang helder en trekt zijn shirtje weer omlaag: 'Zo, nóeg!'
Het kan maar duidelijk zijn...
Poeh,
wat zie je dan. Dat is verschillend, de ene keer flarden of een flard, een andere keer een volledig beeld, weer een andere keer een bewegend scenario, als een soort korte film, maar allemaal niet zoals de meesten verwachten. Het is eigenlijk net alsof je zelf iets bij elkaar fantaseert, enkel, je fantaseert het niet. Het is er, opeens.
Vergelijk het met dagdromen, ook dan trekken er scenario's in gedachten aan je voorbij die je in volledig beeld en gevoel waarneemt.

Als je in de auto zit, of in de trein, zie je de omgeving langs je netvlies schuiven, maar in werkelijkheid heb je geen contact met wat je ogen zien. Het lijkt alsof alles dat in een bepaald ritme aan je voorbij trekt juist de ruimte biedt om de beelden die vanuit je innerlijk komen te laten passeren. Wie kent dat niet. Soms gaat het er met je vandoor, je stuurt je gedachten wel naar een bepaald punt, maar zonder dat je er erg in hebt heb je niets meer in de hand, tenminste, als je het zijn gang laat gaan... Er komen herinneringen voorbij uit het verleden, of mijmeringen over de toekomst, maar het is heel goed mogelijk dat er opeens iets tussen zit dat je een bepaald gevoel bezorgt, een vooruitziende blik op iets waarover je onzeker was of een andere visie op de werkelijkheid zoals je die eerder waarnam. Alsof je van de ene gedachte in de andere glijdt en zo tot die bepaalde visie komt, geheel onverwachts. Waarnemingen dus die verder gaan dan die wij met het visuele of het innerlijke oog kunnen toetsen. Opeens is iets 'helder' zonder dat je precies kunt verklaren waarom, een ingeving, een 'weten'... We gaan daar later weer over twijfelen omdat we moeite hebben met het aanvaarden van die onverklaarbare werkelijkheid. Pas achteraf zeggen we dikwijls: Zie je wel, ik wist het!
Met dromen is het niet anders. We hebben allemaal wel eens een droom die ons bij blijft, die later 'helder' wordt, een droom die ons meer vertelt in de vorm van een symboliek of een gedetailleerde werkelijkheid. Of een droom waarvan achteraf de kwartjes pas vallen, in een flits...
Het is (en blijft) de kunst van het vertalen.
Mooie uitspraak van sjamaan
Joska Soos:
wij dromen niet, wij worden gedroomd
'Jij hebt hebt wel een heel bijzondere praktijk, hè...' zegt ze, terwijl ze het tandsteen van het gebit van T., mijn echtgenoot, verwijdert.

Ik had deze conversatie al verwacht. T. had bij zijn vorige tandartsbezoek (hij moest toen terugkomen, ik niet) een uitgebreid gesprek met haar over mijn werk. Ze was verbaasd dat ik dit werk doe. Niet dat ze er niet in gelooft, integendeel, maar ik had nooit de indruk gewekt in de jaren dat ik al bij haar kom als patiënt. Ze bleek reuze geïnteresseerd en T. adviseerde haar mijn site eens te bezoeken.
'Zo bijzonder is het niet, hoor.' antwoord ik.
'Wat zeg je?'
Mijn stemgeluid redt het niet ten opzichte van het hoge geluid van haar tandsteenverwijderaar. Ze zet hem uit.
'Dat ik het zelf niet zo bijzonder vind.'
'Nou, ik ben op je site geweest maar ik vind het toch wel heel bijzonder wat je doet.' Ze zet het apparaat weer aan.
Ik overweeg of ik wel zal antwoorden, want dan moet het apparaat weer uit, maar ze gaat het gesprek niet voor niets aan tijdens het tandsteen verwijderen dus ik antwoord: 'Anderen vinden het bijzonder, ja.'
Het apparaat gaat weer uit. 'Wat zeg je?'
'Dat anderen het inderdaad bijzonder vinden. Voor mij is het de normaalste zaak van de wereld. Ik doe gewoon mijn werk, net als jij.'
Het apparaat blijft nu uit.
'Ik ben op je site geweest.'
'En, kon je er wat wijs uit worden?'
'Jazeker, ik verdiep me heel erg in die materie. Ik heb al heel wat boeken gelezen.'
Het apparaat gaat weer aan. Er wachten immers mensen in haar wachtkamer.
Toch kan ze de verleiding niet weerstaan...
Terwijl ze doorslijpt zegt ze: 'Wel heel bijzonder wat je deed met die stervensbegeleiding.'
Ik vraag me af of ze dat op mijn site heeft gelezen of van T. heeft gehoord. Volgens mij heb ik daar in
een dialoog met Kluun eens iets over geschreven , en o ja, ook in die column:
De twee gezichten van de dood.
'Heb je dat gelezen op mijn site?'
Het apparaat gaat weer uit.
'Nee, dat heeft je man mij verteld.'
'Ah.'
T. heeft er geen moeite mee dat zijn tandsteen af en toe moet wachten, T. is altijd wel in zijn element bij dit soort gesprekken. Hij heeft het trouwens zelf aangeroerd.
Ze begint te vertellen over haar moeder, die ze ook heeft begeleid tijdens het sterven. Ze was verwonderd over de ervaring.
Inmiddels is ze klaar met T.'s gebit. 'Ziet er allemaal goed uit hoor, T., goed geflost.'
T. stapt uit en ik stap in haar stoel. 'Je weet dat ik nu niks meer kan zeggen?' plaag ik met mijn mond half open.
'Ja, ik klets maar door, hè. Ik kan wel een hele avond vullen met zo'n gesprek.' lacht ze. Ze inspecteert mijn gebit. 'Ook goed geflost, zeg.' Onderwijl praat ze door. Als ook mijn gebit weer up to date blijkt en ik weer rechtop zit vraagt ze door, vooral over de ervaring met haar moeder.
Ik vertel haar over de fysieke pijn die op zo'n moment van de stervende ondergeschikt lijkt te zijn. Ik vertel haar over het moment van overgaan, hoe ik dat zelf ervaar tijdens zo'n stervensbegeleiding. Ik vertel haar dat ze op zichzelf moet vertrouwen als het aankomt op haar eigen twijfel of het nu wel of niet goed gaat met haar moeder, ik leg haar uit waarom en sta op uit haar stoel, want er wachten patiënten in haar wachtkamer. Niet dat ze daar iets over zegt, maar we weten allemaal dat ze vreselijk uitloopt als we nog langer doorkletsen.
'Ik zou nog wel uren hierover door kunnen praten', zegt ze dan. 'Bedankt voor het fijne gesprek.'
Ik glimlach en knik.
Terwijl ik bij de balie mijn bankpas weer eens verkeerd om door de gleuf van het pinapparaat haal komt ze de gang op om haar volgende patiënt te halen.
'Wat kan zo'n dag je leven rijk maken, hè.' zegt ze nog even snel.
We lachen, want ze zegt het in haar enthousiasme op zo'n luide toon dat iedereen in de wachtkamer ook gelijk weet hoe het zit met haar vandaag, waarom ze wat uitgelopen is...
'Ik bedoel niet financieel, maar zo'n gesprek dan, hè... geestelijk....' voegt ze er met een smile van oor tot oor nog aan toe.
We zijn het met haar eens. Niemand moppert...