Where the eagle flies

Posted on 408 Keer gelezen

In the middle of knowhere en geen idee hoever we nog moeten rijden tot het volgende benzinestation.
Recht voor ons twee vervallen woningen. Woningen waarvan je je afvraagt of er überhaupt wel iemand wonen kan.
In de verte een dorp. Het ziet er zo op afstand niet veel beter uit.
K. rijdt vooruit om er polshoogte te gaan nemen.
Wij blijven wachten om benzine te sparen.

‘Het is daar nóg slechter met de huizen als hier,’ zegt K. als hij terugkomt. ‘Je zou niet willen ruilen.’
Dit indianendorp in de Staat Utah lijkt pure armoede. Er is niets, helemaal niets, maar de kalmte en de rust die ik voel raakt me. ‘Misschien hebben de mensen hier niet meer nodig om gelukkig te zijn.’

Een klein stukje verderop is een oud benzinestation.
Twee roestige pompen in combinatie met een buurtwinkeltje.
Alsof je teruggaat in de tijd. Ook hier vervallen woningen.
Als we in de winkel wat rondkijken worden we van alle kanten geobserveerd.
‘Beautiful bikes you have out there.’ De vrouw wacht naast me op haar bestelling.
‘Thank you,’ zeg ik.
‘Where are you from?’
‘Holland.’
‘Holland?’
‘Amsterdam.’
‘Oh, yes.’ Ze knikt alsof ze weet waar Amsterdam ligt op de kaart.
‘Do you know about Amsterdam?’
‘Yes, we have studied there,’ lacht ze spontaan.
‘Do you live here?’ Het fascineert me. Haar spontane lach klopt niet met wat ik bij haar voel. Ik voel onvrede die niet klopt met de rust en spiritualiteit van hier.
‘Yes.’
‘Are you happy here?’
‘No, I ‘m not happy. I have got no job. Came from Phoenix, a year ago. There I had a job. But outhere… It’s hard…’ Ze schud afkeurend met haar hoofd, haar gezicht betrekt.
Ze is niet van hier en heeft geen binding.

‘Even if you give me two million dollars to leave here, I won ‘t go, zei de vrouw achter dat stalletje. I belong here. I’m happy here. It’s our land,’ vertelt E. even later als hij in het chilibroodje hapt dat hij kocht bij het stalletje aan de overkant.
‘Onvoorstelbaar. Ze hebben hier niets, behalve hun grond en zichzelf,’ zegt T.
’Er zijn er genoeg die álles hebben maar voortdurend op zoek zijn. Naar dit, naar de verbinding met zichzelf,’ zeg ik nu overtuigd.
Zittend met mijn rug tegen de paal observeer ik de ogenschijnlijke armoede die voelt als de rijkdom van de eenvoud. Ik zou niet willen ruilen met hier, maar realiseer mij tegelijkertijd dat dit meer indruk op mij maakt dan de rijkdom die ik twee dagen terug zag in Las Vegas.

Where the eagle flies, denk ik voldaan als we zijn volgetankt en weer on the road.

*eerder gepubliceerd in mei 2006

Delen

Gedachtenlezen

Posted on 463 Keer gelezen

‘Kan jij ook mijn gedachten lezen?’
Ik denk na over een diplomatiek antwoord.
Zeg ik nee dan ondermijn ik zijn nog ongeschonden telepathisch vermogen dat best handig is zo nu en dan. Zeg ik ja dan schend ik zijn gevoel van privacy. Als kind moet je je gedachten over mensen en dingen nog ongerept kunnen laten gaan.
‘Misschien een beetje, maar dat is moeilijk hoor. We kunnen dat allemaal wel een beetje,’ probeer ik.
‘Ik niet, hoor.’
‘Maar jij weet toch ook vast wel eens wanneer een vriendje tijdens het spelen iets heel leuks of onaardigs over je denkt zonder dat hij dat tegen je zegt?’
Geen antwoord.
‘Waar denk ik nu aan?’ Hij is vastbesloten mij te testen. Zijn ogen gaan over de plaatjes met braingymoefeningen links van hem aan de wand.
Ik probeer lukraak te raden. Makkie met 29 plaatjes.
‘De olifant.’
‘Fout.’
‘De dubbele doedel.’
‘Haha, fout.’
‘Zie je nou wel.’
Ik krijg een hint. In het rechtse groene vakje moet ik zijn.
‘De positieve punten.’
‘Goed.’
Dat was een inkoppertje. Ik ben bezig die puntjes op zijn voorhoofd aan te raken als onderdeel van de behandeling.
‘Zie je nu wel dat het niet zo gemakkelijk is op commando.’
‘Waar denk ik nu aan?’
‘Aan voetbal.’
‘Ja, goed.’

 

Zie ook mijn bijdrage Wat is gedachtenlezen nu precies op Willem Wever.

Delen

Elly de voeler

Posted on 404 Keer gelezen

Waar Wiebe (3) eerst wel elke dag naar Elly wilde is het ineens klaar, over en uit.

Elly werd besproken tijdens het eten, voor het slapen gaan en soms ook als hij wakker werd midden in de nacht.  ‘Waar hij eerst vooral over Omi (oma) sprak gaat het nu over Omi en Elly. ‘Hij strijkt met zijn handjes ook Omi’s pijnen weg,’ vertelde moeder.

Het gaat goed met Wiebe. Het gaat al langere tijd goed met Wiebe, maar hij mocht zijn eigen tijd bepalen. Haalt verloren speeltijd in. Met humor, ideeën, opmerkingen, verhalen, maar vooral ook met veel plezier als hij erover vertelt.
‘En je hebt inmiddels ook een bijnaam, Elly de voeler.’  Die ontstond nadat er later ook een Elly de fysio kwam. Eerst kon dat niet in Wiebe’s beleving, er was maar één Elly. Later werd dit Elly de voeler.

Wiebe verstopt zich achter moeder als ze samen binnenkomen. Niet meer uit verlegenheid, maar vanwege het spel.
‘Ben je helemaal alleen?’ vraag ik dan. ‘Wilde Wiebe niet mee?’
‘Nee, vandaag had Wiebe niet zo’n zin.’
‘Och, dat is jammer. Ik had me er juist zo op verheugd Wiebe weer te zien.’
Als hij dan plotseling achter moeder’s rug tevoorschijn komt is het dikke pret.
‘We hebben een bosje rode rozen voor je meegenomen.  Zorgvuldig gekozen, omdat Elly ook een rode stoel in de kamer heeft. En Wiebe heeft ook nog een cadeautje voor je, want het is de laatste keer dat hij komt, hè Wiebe?’
Wiebe knikt.
‘Wil je het nu aan Elly geven of straks boven,’ vraagt ze.
‘Nu.’
Vanuit Wiebe’s broekzak komt een zakje met daarin een kristallen guardian angel en een pasfoto van Wiebe.
‘Hij heeft dit zelf bedacht,’ licht moeder toe. ‘Wist zeker dat hij een kristallen engeltje voor jou wilde kopen en wilde die eigenlijk gister al komen brengen.’

Wiebe heeft vaker iets met engelen. Moeder vertelt wat Wiebe eerder deze week tegen haar zei toen ze naar haar werk ging en hij haar nakeek. ’Er stapte een engel bij je in de auto.’
Het overviel haar. ’Hoezo, waar dan? Daarboven, om me heen?’ Haar handen duiden de vraag, zwevend in de lucht.
‘Nee, in de auto,’ herhaalde Wiebe (3) . ‘Die engel stapte in je auto.’

Ik bewonder de kristallen engel van alle kanten. ‘Wat mooi, wat ontzettend lief van je, Wiebe. En het ruikt ook zo lekker,’ zeg ik snuivend aan het zakje waar het engeltje in zit verpakt.
Hij twijfelt nog even over de tekening die hij nog had willen maken. Hoe moet dat nu.
‘Maar die kunnen we altijd nog brengen,’ stelt moeder gerust. ‘Elly woont hier met de auto maar een kwartiertje vandaan.’

Als moeder na de behandeling nog wat napraat wil Wiebe zo snel mogelijk naar huis.
‘Kom nou, kom.’
Waar hij voorheen wel elke dag wilde is hij nu vastbesloten dat het klaar is en verdwijnt zijn fascinatie voor Elly de voeler als sneeuw voor de zon.
‘Als je weer naar Elly wilt dan kan dat, hè. Misschien over een poosje,’ zegt moeder voorzichtig.
Wiebe steekt tien vingers in de lucht. ‘Over zoveel.’
De eerste tijd stond één vinger voor een week. De laatste keer waren het er drie.
Die tien lijkt een voorzichtige inschatting door de herhalende beweging die hij met beide handjes maakt.
Moeder wil nog wel één detail aan me kwijt.
‘Ga je Elly niet missen?’ vroeg ze hem onderweg in de auto.
‘Nee hoor,’ klonk het resoluut.

 

Eerdere column over Wiebe.
Over kinderen en lichtjes

Delen