Paniek bij de tandarts

In Fragmenten door Elly van Wijnbergenreageer

Hij is vier en stapt parmantig binnen.
Hoi, zeg ik.
Hoi.
Wat kom je bij me doen?
Hij haal zijn schouders op, weet het niet zo goed.
Moeder vertelt dat hij erg in paniek is geraakt bij een tweede bezoek aan de tandarts. En dat die hem vervolgens doorverwees naar mijn praktijk.
Moeder zelf is minder bekend met energetische therapie, maar als het haar kind kan helpen is het goed. Er is nog één behandeling van de tandarts nodig. En misschien brengt deze wijze van behandelen haar kind tot rust om daarna opnieuw af te kunnen spreken.

De intake maakt duidelijk dat er niet direct een aanwijsbare oorzaak is voor zijn paniek. Het eerste bezoek aan de tandarts was veel ingrijpender en verliep juist erg goed. En deze tandarts is gespecialiseerd in angst bij kinderen. Dus dat kan het allemaal niet zijn.

Zelf heeft hij een logische verklaring.
De mevrouw naast de stoel, de tandartsassistente, vond hij wel erg leuk, maar dat wilde hij niet laten merken. En daar wordt je dan onrustig van.
Ah, dat verklaart de boel, jok ik.
Hij knikt blij. Dat we niet nog dieper hoeven graven. Geen paniek.

Als ik hem vertel hoe de energetische behandeling in zijn werk gaat, dat ik eerst zijn rug ga navoelen op de kruk en dat hij daarna in de grote behandelstoel mag, reageert hij spontaan.
‘Dat vind ik lekker, aan mijn rug. Dat doet mama ook wel eens. Kan ik al gaan liggen?’

Boos om van alles

In Fragmenten door Elly van Wijnbergenreageer

Hij (7) geeft zelf aan wanneer hij zin heeft in een behandeling.
Dat is inmiddels alweer een tijdje geleden.
Nu is hij telkens boos om van alles. Om de juf. Om thuis. En dat wil dan maar niet over gaan.
‘En elke keer als ik boos wordt, word ik niet meer blij,’ legt hij uit.
‘Dat is een goede reden.’ En ik prijs hem dat hij dingen goed verwoordt en zelf aangeeft dat hij komen wil. ‘Dan kunnen we er tenminste iets aan doen.’

Tijdens het afrondritueel vermaakt hij zich prima met de draaistoel.
Alle kinderen vermaken zich prima met de draaistoel.
‘Hoe voelt het, weer wat beter nu?’
‘Een stuk beter, ja. Dat komt door dat gezweep met die stoel.’

Energetisch klein

In Fragmenten door Elly van Wijnbergenreageer

Timide, ingehouden, energetisch klein.
Mist veel van wat de juf of badmintontrainer uitlegt, omdat hij snel wegdroomt in zijn eigen wereld en dan niet opnieuw durft te vragen.
Als ik hem uitleg dat hij mag vragen, wanneer hij iets niet begrijpt of niet goed heeft gehoord, dat niemand hem dan dom vindt, belooft hij dit te gaan proberen.
Als moeder en ik bij het tweede consult terloops de wereld bespreken, laat hij zich gelden.
‘Zijn jullie uitgepraat?’
‘Heb je geluisterd waar we het over hebben?’
‘Nee.’
‘Je wilt nu gewoon wat aandacht.’
‘Ja.’

Elk plekje gehad

In Fragmenten door Elly van Wijnbergenreageer

‘Goed zo?’ vraag ik hem (5) na het strijken.
Goed zo.
De ervaring leert dat hij zelf voelt wanneer een plekje is vergeten. ‘Daar zit nog wat,’ wijst hij dan. En zoals het hoort bij klachten strijk ik dan vergeten plekjes glad.
Maar misschien is de haast vandaag groter dan zijn intuïtie. Hij was heerlijk aan het spelen thuis en had geen zin om naar de praktijk te gaan.
‘Elk plekje gehad?’ vraagt moeder daarom nog eens.
Elk plekje gehad.
Toch beslist hij over 7 weken weer te komen.
Ik noteer op acht. Dat strookt beter met de agenda’s.
‘Tot over acht weken,’ zwaai ik.
Hij zucht. ’Neehee, eerst zeven, dan acht, en dan tien weken.’
Heel verstandig en onderhoudend.

Zijn vooruitziende blik

In Fragmenten door Elly van Wijnbergenreageer

Wanneer wil je weer naar Elly, vraagt moeder hem (5).
Morgen.
Morgen heeft niet zoveel zin, leggen we uit. De energie heeft wel een weekje nodig om zijn werk te doen.
Morgen wordt dan volgende week.
kind met duim
Wanneer wil je weer komen, vraagt ik die volgende week.
Morgen.
Moeder en ik kijken elkaar aan.
Vreemd, vinden we. Het voelt best goed nu, zijn energie. En hij weet het ook altijd goed, wanneer het nodig is, écht nodig is. Ik wil weer naar Elly, zegt hij dan, nadat hij een paar maanden of langer niet is geweest. Het is dan al die tijd wel goed gegaan, zonder angsten, zonder overprikkeling van zijn systeem. Maar hij is hoogsensitief, dat op zich zal nooit verdwijnen. Bij langdurig teveel aan prikkels of bij incidenten raakt de boel overvol en uit zich dat in boosheid of in angst.
Weet je het zeker? Of zullen we twee weken doen, probeert moeder nog.
Nee.

Die volgende week blijkt het toch weer nodig. Er is iets voorgevallen op school en het gaat daardoor al dagen wat minder goed.
Zijn vooruitziende blik, zeg ik al strijkend.
Wanneer wil je weer naar Elly, vraagt moeder als ik de agenda weer open.
Over zeven weken.
Dat belooft veel goeds.