web analytics

Fragmenten

Middelvinger

Posted on 480 Keer gelezen

Ze is vier en steekt haar middelvinger op vanuit de behandelstoel.
Moeder en ik weten even niet waar te kijken.
‘Dat vind ik niet zo aardig dat je dit doet,’ zegt mama dan voorzichtig.
Ik meng me niet, maar hoop dat ze iets anders bedoelt dan ze gebaart.
En dat blijkt, bij nadere inspectie. Er zit een klein, rood plekje op die vinger. En dat doet pijn.

Delen

Lief maken

Posted on 494 Keer gelezen

‘Ik voel blijtjes,’ omschrijft hij (5) als mama vraagt wat hij dan precies voelt tijdens het behandelen.
‘En later wordt ik politieman,’ deelt hij vastberaden mee als mama hem bij de voordeur helpt weer in zijn laarsjes te stappen.
‘Waarom? Wat ga je doen dan?’ vraag ik.
‘Mensen die slechte dingen doen pakken. Ze vangen.’
‘En dan?’
‘Ze weer lief maken. Ik wil alle mensen weer lief maken.’

Delen

Where the eagle flies

Posted on 457 Keer gelezen

In the middle of knowhere en geen idee hoever we nog moeten rijden tot het volgende benzinestation.
Recht voor ons twee vervallen woningen. Woningen waarvan je je afvraagt of er überhaupt wel iemand wonen kan.
In de verte een dorp. Het ziet er zo op afstand niet veel beter uit.
K. rijdt vooruit om er polshoogte te gaan nemen.
Wij blijven wachten om benzine te sparen.

‘Het is daar nóg slechter met de huizen als hier,’ zegt K. als hij terugkomt. ‘Je zou niet willen ruilen.’
Dit indianendorp in de Staat Utah lijkt pure armoede. Er is niets, helemaal niets, maar de kalmte en de rust die ik voel raakt me. ‘Misschien hebben de mensen hier niet meer nodig om gelukkig te zijn.’

Een klein stukje verderop is een oud benzinestation.
Twee roestige pompen in combinatie met een buurtwinkeltje.
Alsof je teruggaat in de tijd. Ook hier vervallen woningen.
Als we in de winkel wat rondkijken worden we van alle kanten geobserveerd.
‘Beautiful bikes you have out there.’ De vrouw wacht naast me op haar bestelling.
‘Thank you,’ zeg ik.
‘Where are you from?’
‘Holland.’
‘Holland?’
‘Amsterdam.’
‘Oh, yes.’ Ze knikt alsof ze weet waar Amsterdam ligt op de kaart.
‘Do you know about Amsterdam?’
‘Yes, we have studied there,’ lacht ze spontaan.
‘Do you live here?’ Het fascineert me. Haar spontane lach klopt niet met wat ik bij haar voel. Ik voel onvrede die niet klopt met de rust en spiritualiteit van hier.
‘Yes.’
‘Are you happy here?’
‘No, I ‘m not happy. I have got no job. Came from Phoenix, a year ago. There I had a job. But outhere… It’s hard…’ Ze schud afkeurend met haar hoofd, haar gezicht betrekt.
Ze is niet van hier en heeft geen binding.

‘Even if you give me two million dollars to leave here, I won ‘t go, zei de vrouw achter dat stalletje. I belong here. I’m happy here. It’s our land,’ vertelt E. even later als hij in het chilibroodje hapt dat hij kocht bij het stalletje aan de overkant.
‘Onvoorstelbaar. Ze hebben hier niets, behalve hun grond en zichzelf,’ zegt T.
’Er zijn er genoeg die álles hebben maar voortdurend op zoek zijn. Naar dit, naar de verbinding met zichzelf,’ zeg ik nu overtuigd.
Zittend met mijn rug tegen de paal observeer ik de ogenschijnlijke armoede die voelt als de rijkdom van de eenvoud. Ik zou niet willen ruilen met hier, maar realiseer mij tegelijkertijd dat dit meer indruk op mij maakt dan de rijkdom die ik twee dagen terug zag in Las Vegas.

Where the eagle flies, denk ik voldaan als we zijn volgetankt en weer on the road.

*eerder gepubliceerd in mei 2006

Delen

Gedachtenlezen

Posted on 518 Keer gelezen

‘Kan jij ook mijn gedachten lezen?’
Ik denk na over een diplomatiek antwoord.
Zeg ik nee dan ondermijn ik zijn nog ongeschonden telepathisch vermogen dat best handig is zo nu en dan. Zeg ik ja dan schend ik zijn gevoel van privacy. Als kind moet je je gedachten over mensen en dingen nog ongerept kunnen laten gaan.
‘Misschien een beetje, maar dat is moeilijk hoor. We kunnen dat allemaal wel een beetje,’ probeer ik.
‘Ik niet, hoor.’
‘Maar jij weet toch ook vast wel eens wanneer een vriendje tijdens het spelen iets heel leuks of onaardigs over je denkt zonder dat hij dat tegen je zegt?’
Geen antwoord.
‘Waar denk ik nu aan?’ Hij is vastbesloten mij te testen. Zijn ogen gaan over de plaatjes met braingymoefeningen links van hem aan de wand.
Ik probeer lukraak te raden. Makkie met 29 plaatjes.
‘De olifant.’
‘Fout.’
‘De dubbele doedel.’
‘Haha, fout.’
‘Zie je nou wel.’
Ik krijg een hint. In het rechtse groene vakje moet ik zijn.
‘De positieve punten.’
‘Goed.’
Dat was een inkoppertje. Ik ben bezig die puntjes op zijn voorhoofd aan te raken als onderdeel van de behandeling.
‘Zie je nu wel dat het niet zo gemakkelijk is op commando.’
‘Waar denk ik nu aan?’
‘Aan voetbal.’
‘Ja, goed.’

 

Zie ook mijn bijdrage Wat is gedachtenlezen nu precies op Willem Wever.

Delen