web analytics

Fragmenten

Samen neuzen

Posted on 514 Keer gelezen

‘Zullen we nog even neuzen?’
Ze deed haar schouders omhoog, stak haar kin vooruit, lachte lieflijk en we neusden. Net als vroeger, als ze mij wilde troosten voor het slapen gaan.
Ze wist dat ze ging sterven maar sprak het tegen niemand uit.
‘Ik wil jullie niet missen,’ zei ze wel.
Behalve die laatste maanden.
‘Was ik maar dood,’ had ze gezegd.
Niet tegen mij.
Na de dood van haar zoon was ze niet meer opgewassen tegen het leven. Stierf ze een langzame dood.
‘Was ik maar dood, dokter,’ zei ze nu opnieuw wanhopig.
De dokter keek mij aan. Zullen we even naar de andere kamer gaan? wenkte ze.
Hoe angstig ze was voor palliatieve sedatie. Hoezeer ze zich voortdurend afvroeg of haar zoon wellicht nog zou hebben geleefd als we daar niet toe hadden besloten.
Nu moesten we zwijgen voor het besluit waarvan ze zelf onbewust wist en vroeg.
‘Dag lieverd,’ zei ik en wuifde. ‘Ik ga even naar huis, een uurtje slapen en kom dan straks weer bij je terug.’
Als ik terugkwam zou ze slapen en nooit meer wakker worden.

Delen

Zombies in de nacht

Posted on 529 Keer gelezen

Hij glundert als hij binnenkomt. De tekening van het huis om zijn bed, dat hij samen met papa en mama in gedachten leerde bouwen, prijkt inmiddels op het whiteboard aan de wand.
Mama heeft hem geholpen met tekenen, bekent hij. Het lukte nog niet zo, alleen. Samen hebben ze zo zijn veilige huis tot werkelijkheid gemaakt. Met ramen en deuren die hij zelf kan sluiten. Met een tuin, een vijver met vissen en een zwembad eromheen. Het bewaken van zijn eigen, creatieve ruimte voor de zombies in de nacht.
Hij is niet bang voor de zombies, maar lastig zijn ze wel. Ze luisteren niet, houden hem uit zijn slaap. Zelfs als hij in het bed bij papa en mama op de kamer ligt.
Maar nu blijven ze weg, is hij trots en kan hij in zijn eigen bed weer volle nachten slapen.
En ook moeder leert haar eigen ruimte beter bewaken, gesterkt door het geloof in haar eigen kind.
’Over twee weken weer afspreken?’ vraagt ze.
‘Doe maar over 100 weken,’  antwoord hij.

 

Delen

Moeders voelen, moeders weten

Posted on 501 Keer gelezen

Ze (4) ligt onder het dekentje in de behandelstoel en valt telkens bijna in slaap.
Toch wil ze de regie houden. Weten wat er gebeurt.
Bij elke verplaatsing van mijn handen opent ze moeizaam haar zieke ogen.
‘Lig je lekker?’ vraag ik.
Ze knikt.
‘Gaat het goed?’
Ze knikt.
En hoest.
Houd haar handje keurig voor haar mond.
Ze is te verkouden om helder te reageren. Ligt ook bij mama thuis al onder een dekentje op de bank. Maar wilde persé naar Elly voor een derde behandeling.
En zo fijn is het nog niet eens.
Ze is deze week door de behandelingen veel bozer, veel drukker, onrustiger.
Dat kan, dat kinderen eerst nog bozer, nog drukker, nog onrustiger worden. Het moet eruit. Alle onderhuidse spanning zoekt een weg.
‘Het is extreem, na het behandelen, de hele week al,’ vertelt moeder. ‘Zo extreem is het nog nooit geweest. Maar het moet, ik voel het, ik weet het.’ Moeders voelen dat, moeders weten. ‘Je zei het immers al. In die zin gaat het goed.’

Delen

Al vroeg in de auto op weg naar Maarssen luisterde ik naar Giel op 3 FM. Een verzoeknummer van een vrouw die haar beide ouders had verloren met de ramp MH17.
Alles zou zij er voor over hebben, samen met haar zus, om ze nog even te kunnen zien, vast te houden. Al was het maar een minuut, deelde ze.
Beam me up van Pink verwoorde dit voor haar.

Could you beam me up
Give me a minute
I don’t know what I’d say in it
I probably just stare, happy just to be there
Holding your face

Prachtig. Kippenvel, 4:27 minuten lang.

Een half uur later stond ik in de woning van mijn ouders voor een tweede grondige inspectie door de woningbouw.
Keurig opgeleverd. Na eindinspectie: € 0,00, schreef de man in zijn eindrapport.
Ik zette voldaan mijn krabbel. Na de voorinspectie stond er immers
€ 1.210,00 aan kosten op de lijst. Nicotinevervuild behang afhalen, muren witten, kroonsteentje hier, dingetje daar. Erg meegaand is zo’n woningbouw niet als je plotseling dood bent. Maar nu was het nul.
Ik gaf de man een hand. Blij dat ik hem niet meer hoefde te zien.
Tegelijkertijd kwam de klusjesman al binnen met zijn trap.
Hij keek verbaasd naar de kaalheid van de woning. Het behang dat we hadden afgehaald.
‘Hier was ik een paar maanden geleden om een keuken te plaatsen. Zijn ze verhuisd?’ vroeg hij.
‘Nee, ze zijn dood,’ zei ik.
Enigszins geschokkeerd vertelde hij hoe gezellig het was geweest tijdens het plaatsten van die keuken. ‘Hier jochie. Goed jochie. Gezellige babbel. Echte Maarssenaren,’ vond hij. ‘En nu zijn ze dood, bizar.’
Ik gaf de twee sleutels en reed op weg naar huis.
Door de luidspeaker klonk nu A brandnew day uit The Wiz.

Everybody look around
‘cause there`s a reason to rejoice you see

Ik zette het volume op loud, gaf een poepie gas en galmde luidkeels mee. Can’t you feel a brandnew day? I can feel a brandnew da-hay.’

Hoe synchroon kan het leven, muziek, soms zijn.

 

Delen