web analytics

Zweefmolendialogen met Kluun

De zweefmolendialogen, deel VIII

Posted on 171 Keer gelezen

OVER I TJING, SJAMANEN, PYRAMIDES, MAYAKALENDERS EN WAT DIES MEER ZIJ.

Het is weer donderdag, Zweefmolendag.

Goedemorgen mevr. van Wijnbergen. Weet u nog waar we het vandaag allemaal over zouden gaan hebben?

Over de relevantie van oude wijsheden uit de oude Oosterse geschriften voor deze tijd, Kluun. En dan komen we toch al gauw uit bij goed en kwaad, ying en yang, nirvana, sjamanisme, godsdienst en ga zo maar door.

Juist. En de kennis van de oude Egyptenaren, mayakalenders, I tsing, of heet dat… Dat wordt een latertje.

Als we dat in één dialoog willen uitdiepen wel.

Laten we maar zien waar het schip strandt. Wat denkt u: klopt het wat je tegenwoordig steeds meer hoort, dat die Sjamanen, de Maya’s en oude Egyptenaren (ik gooi ze maar even op één hoop, met uw permissie) echt zoveel meer dan wij over alles tussen hemel en aarde?

Ik denk het wel. Wij westerlingen hebben een materialistisch/rationalitisch wereldbeeld als vertrekpunt. Als ik bijv. kijk naar de Sjamanen, die hebben al lang duidelijk dat alles in eenheid met elkaar samenhangt en verweven is met het dagelijks gebeuren. Wij westerlingen houden ons meer bezig met het zoeken naar verklaringen dan de beleving zelf. En daar gaat een hoop tijd in zitten.

Zucht. Vertel mij wat. Ik doe niet anders. Geeft u eens een voorbeeld van wat er samen hangt, volgens die Sjamanen. En eh… niet doorvertellen dat ik dit niet precies weet, maar een sjamaan is toch een soort Indiaanse medicijnman, hè?

Ja, zo één die zichzelf nog met een trommel in trance brengt (Wij doen dat met house). De sjamaan zoekt voor dingen die in het dagelijks leven niet met elkaar stroken in het geestesrijk naar antwoorden. Wij zoeken in boeken. Voor de ingewijde Sjamaan is het hiernamaals, het dodenrijk, dé grote apotheek. Hij heeft, zeg maar, in dat dodenrijk (middels rituelen) zijn doctoraal gehaald, en weet precies waar hij wát moet halen om die ander te helpen genezen. En wij maar tobben…

Van wie heeft hij die wijsheid?

De Sjamaan is voor bestemd om Sjamaan te worden. Sterker nog, er is geen ontkomen aan. Zodra de tijd er rijp voor is wordt hij ingewijd en gaat hij in zijn uppie in trance de geestelijke onderwereld in om daar zijn lessen te leren, een soort wildernis waarin hij geestelijk moet leren overleven. Hij wordt daar als het ware uiteengereten en weer opgebouwd en is dan klaar om zijn pad als Sjamaan, als meester over het dodenrijk, te gaan.
En wij Westerlingen zien er wel wat in, want wij hebben scholen opgericht waar je kan worden opgeleid tot Sjamaan.

Dus u, als paranormaal therapeute, zou zo maar sjamaan kunnen worden, met wat studeren?

Ik denk wel dat we door een dergelijke opleiding een stukje oerkracht kunnen hervinden, maar ik denk niet dat we hier in het Westen in staat zijn die kracht en rituelen volledig na te bootsen. Zoiets groeit binnen een cultuur en krijgt zo ook door de herhaling en de kracht van de rituelen zijn geestelijke toegevoegde waarde. Dat leer je niet op zaterdag van 10 tot 5.

En die oude oosterse geschriften. Wat moeten we daar anno 2006 mee? Bijgeloof of wijsheid?

Ook woorden krijgen door de tijd heen een bepaalde energie die zijn invloed heeft, waar dan ook. De I Tjing bijvoorbeeld (Het boek der veranderingen). Een 3000 jaar oud magisch geschrift… Een Chinees orakel. Voor Jung bleken de magische woorden van de I Tjing een waardevolle zoektocht. Het gaf hem inzicht, energie…

En de maya’s met hun kalender?

De Maya’s stonden met hun kalender ook veel dichter bij de natuur. Ik citeer: (…) Volgens de Maya’s is tijd een multi-dimensionaal concept. Tijd is een frequentie, een trilling en een geestelijk mentaal concept. Tijd is de barrière tussen oorzaak en gevolg. De tijd wordt door de Maya’s als iets kunstzinnigs gezien, een vormgever die zorgt dat alles op Aarde samenvalt op de juiste plaats op het juiste moment en de materie bij elkaar houdt. Tijd is dus niet van de ruimte en de materie (zoals de Westerse kalender er naar kijkt), maar geeft deze mede vorm. Het is ‘hoger’ dan materie en ruimte en wordt zodoende niet op haar waarde geschat wanneer we haar indelen met methoden die voor ruimtebepalingen ontwikkeld zijn, zoals wij dat met onze indelingen doen…

Meer over De Mayakalenders en hun relatie met het magische jaar 2012 op Dossier X.

Wat ik eens las over die kalenders, en fascinerend vond: alle tijdseenheden die wij kennen zijn cyclisch: minuten, uren, dagen, maanden, seizoenen. Behalve jaren. Die zijn lineair. Bij de maya’s niet. Die zien tijd over een lange periode (decennia of eeuwen, dat mag ik kwijt zijn) ook als cyclisch. M.a.w.: de geschiedenis herhaalt zich volgens bepaalde patronen, en sommige jaren of decennia lijken dus op vroegere tijden. Als ik het goed vertel. Dat neigt naar astrologie, vooral de Chinese astrologie, waarin je om de zoveel jaar een Jaar van de Rat, Leeuw, draak enz. hebt.

Ja, het heeft dus in feite niet echt iets met geloof te maken maar meer met natuurwetten die ieder op zijn eigen wijze interpreteert. Maar het lijkt inderdaad heel onlogisch als alle natuurlijke tijdseenheden (dagen, seizoenen) cyclisch, terugkomend zijn, terwijl jaren dat niet zijn.

In de pyramides van de oude Egyptenaren schijnt ook wat spiritueel vernuft te zitten.

Ja, dat is voor ons Westerlingen ook ongrijpbaar en magisch, maar reuze interessant… We komen er meer en meer achter dat we niet echt slimmer zijn geworden door de tijd heen, anders zouden we het begrijpen…

Gelooft u dat er concrete kennis over spiritualiteit, tijd, astronomie en misschien zelfs geneeskunde van de Maya’s, Egyptenaren, Chinezen en Indianen en andere oude culturen verloren is gegaan of geloven we er eenvoudig weg niet meer in, omdat die kennis achterhaald is door de moderne wetenschap?

De moderne wetenschap heeft de intentie die kennis te achterhalen, maar het lukt niet met tastbare bewijzen. Het is juist het ontastbare dat ons regelt. En als wij menen eraan voorbij te kunnen door het te ontkennen, dan komen we in de problemen. We komen steeds meer tot de ontdekking dat ons Westers denkbeeld tekort schiet en ons van de essentie verwijdert. We raken meer geïnteresseerd in het spirituele, gaan toetsen, en dan blijkt dat die kennis zichzelf achterhaalt. In die zin is het niet verloren gegaan, maar moeten we het hervinden.

Iedere cultuur in iedere tijd heeft de neiging te denken dat zij veel verder zijn als hun voorouders.

Omdat wij volgens een bepaalde logica denken, in tijd. We gaan ervan uit dat we verder in tijd groeien. Dat we leren van de fouten van onze voorouders. In bepaald opzicht is dat ook zo. Maar als we ervan uitgaan dat tijd een relevant begrip is dan komen we verder. Dan komen we erachter dat die blauwdruk in zijn geheel al lang IS en wij ons enkel verplaatsen om dit alles te ontdekken. Wij scheppen niets, het schept ons.

Halleluja, Mw. Van Wijnbergen! Ik geloof dat de wetenschap steeds meer bewijzen gaat vinden voor zaken die men decennia lang als onzin afdeed. Neem bijna-doodervaringen. Of zaken waarvoor men de neus ophaalde, zoals de kennis van de Egyptenaren, Maya’s, Chinezen.

Wij zoeken voortdurend naar zekerheid, omdat wij niet gewend zijn die rationaliteit los te laten.

Ik geloof dat het juist de taak van de wetenschap is om alles wat niet bewezen kan worden in twijfel te trekken, en net zolang te onderzoeken tot het wel bewezen is. Kunstenaars moeten fantaseren, bedenken, creeëren en zo wetenschappers inspireren. Zoals Star Trek wetenschappers inspireert.

Die rationaliteit dient ons, maar het loslaten dient ons ook, want als we met de ratio menen het antwoord te vinden verdwijnt die fascinatie en dus de creativiteit en dus de energie tot scheppen.

Ik geloof dat wetenschap, kunst, filosofie en spiritualiteit elkaar aanvullen, nodig hebben. Ik denk bijvoorbeeld dat we er over een paar honderd jaar wél achter zijn wat ‘liefde’ nu precies is, dat we de ‘natuurkundige formule’ ervan ontdekken, net als zwaartekracht en electriciteit. Misschien vinden we zelfs wel bewijzen voor het bestaan van iets als God, of de bron. De 73% onbekende energie van de NASA…

Ik geloof ook dat alles elkaar aanvult, nodig heeft en versterkt, maar als we tastbare bewijzen willen voor het in de ogen van de wetenschap ontastbare, dan zal die wetenschap ook enige aanpassing moeten doen mbt zijn onderzoeksmethoden, want dat vraagt om ruimte… En misschien dat we dan ooit een flinke brug slaan.

Dat gaat gebeuren, daar ben ik van overtuigd. Er is een herwaardering gaande voor het spirituele, het onbekende. Nog niet bij de intellecuele elite, maar bij de massa. Kijk naar de Bestsellerlijsten, waar boeken van Coelho hoog staan. Kijk naar het wereldwijde succes van Tv-programma’s als Char. Kijk naar het succes van een blad als Happinez, dat een van de meest succesvolle introducties van de afgelopen jaren is. En trouwens, Mw. Van Wijnbergen, ere wie were toekomt: de donderdag Zweefmolendag is deze zomer de best bezochte dag in de week op www.kluun.nl. Wetenschappers richten na verloop van tijd altijd, als een marktmechanisme, hun onderzoeken op datgene wat de massa bezighoudt.

Misschien moeten zij zich ook wel losmaken van de overtuiging dat we, in welke cultuurcode dan ook, HET antwoord zullen vinden. Ik denk dat er niet één cultuurcode is, of die nu Oosters, Tibetaans, Hindoestaans, Sjamaans of Westers is, die de werkelijkheid totaal omvat, maar dat we een deel van de werkelijkheid kunnen bevatten als we bereid zijn andere denkbeelden in overweging te nemen.

Wat grappig is: de Egyptenaren en Maya’s wisten juist zoveel van de kosmos omdat ze wiskundig en astronomisch briljant waren. Einstein heeft altijd geloofd in een bron, die alles bedacht. Hij noemde intuïtie het godsgeschenk, en onze hersenen de dienaar. De hudige wetenschap moet zich gewoon iets meer verdiepen in hun eigen klassiekers…

Dan heb ik ook nog wel een leuke voor ze: ‘Wij hebben gewoon geen orgaan voor het kennen, voor de waarheid’: wij ‘weten’ (of geloven of verbeelden ons) precies zoveel als in het belang van de mensen-kudde, de soort nuttig is: en zelfs wat hier ‘nuttigheid wordt genoemd, is uiteindelijk ook maar een geloof, verbeelding of misschien wel precies die noodlottige domheid waaraan wij eens ten gronde zullen gaan.’ Friedrich Nietzche. Die fröhliche Wissenschaft. 1887, p.354

Toe maar. Ik wil er voor deze week langzaam een eind aan breien, Mevr. Van Wijnbergen. Het duizelt me. Maar ik wil nog even deze link benadrukken, die De Mopperpot hieronder plaatste over 2012. Prachtige, zelfs voor mij met mijn A-pakket begrijpelijk site over het kruispunt van wetenschap en spiritualiteit. Volgende week de laatste Zweefmolendialoog van deze zomer. Waar zullen we het eens over gaan hebben?

Volgens mij hadden we nog iets beloofd over dromen…

Wie wat belooft, heeft wat. Tot donderdag, Mevr. Van Wijnbergen!

Delen

De zweefmolendialogen, deel VII: Wat is de ziel?

Posted on 203 Keer gelezen

Vandaag alweer de de 7de dialoog met Kluun, wiens boek Komt een vrouw bij de dokter, dat in oktober 2003 uit kwam, sinds gister op nr.1 in de Bestseller Top 60 staat genoteerd (De Weduwnaar op nr.3)

Goedemorgen, mevr. Van Wijnbergen, de kritieken op onze dialogen nog gelezen?

Uiteraard, Kluun. Zeer motiverend.

Gelukkig doen we het dus niet helemaal voor de kat zijn zweefmolen.

Ik blijf nog even.

Waar ik vandaag antwoord op zou willen hebben: wat is de eigenlijk de ziel?

Nou, ik heb eens wat gegoogled op Wikipedia…

Wikipedia?!? Zeg, dat zijn mijn teksten. Ik wil uw eigen visie.

De ziel is voor mij het diepere wezenlijke deel van het zelf. Anders dan geest en lichaam. Geest en lichaam is in mijn ogen nog enigszins hanteer- en vervormbaar. De ziel is het pure, dat liegt er niet om.

Gelooft u, als gedipl. paranormaal therapeut, dat ‘de ziel’ bestaat?

Ja, want ik voel hem. Als iemand mij krenkt tot in het diepst van mijn ziel, dan voel ik dat op een dieper niveau. Anders dan in de geest, die in staat is de vluchtroute te kiezen. Ken je dat gevoel?

Ik denk het wel. Maar eerst even: wat is dan het verschil tussen geest en ziel?

Ik denk dat de ziel datgene is dat wij altijd zijn, onsterfelijk, dus ook na overlijden. De geest zie ik meer als als brug tussen lichaam en ziel.

Wat is het verschil tussen onze hersenen en ‘de geest’?

Hersenen is materie, een werktuig. De geest is energie.

Juist ja. En waar komt die energie vandaan? Van buiten of binnen?

Van binnen en van buiten.

Zucht… zo komen we er natuurlijk nooit. Nou, neem uw tijd even, tik uw gediplomeerde antwoord op uw gemak in. Wij wachten wel. Voor we over de ziel verder gaan, wil ik eerst weten wat voor soort energie dat is, die geestesenergie.

De geest is verbonden met de ziel, maar ook met de energie in het universele, de kosmos. Die geest heeft eigenlijk het lichaam niet nodig om te zijn, die ziel ook niet. Het lichaam is wel van invloed op de geest (als wij bijv. niet goed in ons vel zitten). Doe je het hiervoor of ook niet?

Bijna. Wat is het verschil in functie tussen ziel en geest dan?

Ik zie die geest meer als een soort kweekvijver voor de ziel. En misschien gaat die geest straks wel op in het niets als de ziel het rondje rond is.

Kweekvijver? Maar wat is er dan het eerst, de ziel of de geest? En wanneer is wat er?

De geest behoort de ziel toe. Men praat ook wel eens in termen als ‘een oude ziel’, dus ergens in tijd bezien moet er dan ook een eerste vonkje zijn. Maar ik denk dan niet in aardse termen als jaren. Ik denk dan meer aan iets dat wij niet kunnen overzien. Ik denk ook niet dat het zomaar weer ergens ophoudt als het af is, maar dat die ziel uiteindelijk ook opgaat in dat ‘niets’, maar dan gaan we wel héél filosofisch op donderdag.

Da’s juist de bedoeling! Hou u niet in, mevr. Van Wijnbergen. Ik begrijp dat de meeste religies en sommige filosofen (Plato!) geloven dat de ziel er al voor de geboorte is, en dat die bij de geboorte eh… plaats neemt in het nieuwe mensje.

Dat klopt, daar geloof ik ook heilig in.

En de geest? Wanneer is die er?

Ik heb eigenlijk geen idee, maar het lijkt me zo dat bij meerdere levens die geest niet opeens verdwijnt…

Há! Eindelijk iets dat u ook niet weet. Mooi iets om op te googlen voor de reageerders, dat wij tweeën niet al het werk zitten doen: wanneer krijgen wij de geest? Brengt mij terug bij de ziel. Hoe moet ik me dat voorstellen, Mevr. Van Wijnbergen: zit de ziel in ons of om ons, in ons aura?

Waarom ben je zo gefocusd op waar en wanneer, Kluun? Ook een vlucht van de geest om niet terug te komen op mijn eerdere vraag?

Ik ben nogal analytisch van aard, als ik het al niet kan bewijzen, wil ik op zijn minst het gevoel hebben dat ik het snap, dat er een zekere logica inzit. Van blind geloven in iets of iemand is de wereld nog nooit beter geworden… Maar eh.. bedoelde u die vraag of ik dat gevoel kende?

Juist ja. ‘Ik denk van wel’ kan ik zo weinig mee…

‘Gekrenkt tot in het diepst van mijn ziel.’ Phoe. Moeilijk om uit elkaar te houden wanneer ik me zwaar gekrenkt voel, maar vanwege ego of schaamte of angst, en wanneer ik me tot in mijn ziel gekrenkt voel…. Ja! Ik weet het. Als recensenten of lezers zeggen dat ik matig schrijf, ach, fuck ‘m. Maar als ze de oprechtheid van mijn liefde voor mijn eerste vrouw, ondanks mijn ontrouw, in twijfel trekken. Of als ze de integriteit van mijn redenen om KEVBDD te schrijven, niet willen zien. ‘Die gozer is slim, verdient geld over het lijk van zijn vrouw.’ Of zelfs, ooit gelezen, ergens, van een volslagen onbekende, op Bol.com: ‘Die Kluun was op het sterfbed van zijn vrouw al bezig met de marketing van zijn boek.’ Dat raakt me tot in mijn ziel. Denk ik :)

Precies :) Dat gaat dieper dan de strijd om het ego. Iets dat je zó tot in het diepst van je ziel beleeft, in alle zuiver- en oprechtheid, lijkt bijna onaantastbaar. En toch doet het ontzettend veel pijn als anderen die energie in twijfel trekken, precies dáár waar je hem in alle oprecht deelt, zoals jij dat doet, om duidelijk te maken dat liefde overwint. Ik denk ook Kluun, dat juist dát de krachten zijn van waaruit de ziel kan groeien. Tegengestelde krachten. Ik zie dat zelf als een natuurkundige wet, de twee-eenheid die nodig is om ‘heel’ te worden. Het kan niet zonder elkaar. Ik ben ook een analist, maar ik denk zelden na over de praktische zaken, zoals waar en wanneer in deze dialoog. Het is meer dan die beperkte ruimte. Het IS. En sterker nog, het beperkt als we het willen kaderen…

Waarom wil die ziel eigenlijk überhaupt geboren worden? Het leven is lijden, zeggen Boeddhisten, en het wordt pas draaglijk als je dat accepteert, streven naar ultiem geluk in dit leven maakt ongelukkig. Waarom blijft die ziel niet lekker aan gene zijde, waar alles pais en vree is?

Omdat de ziel is voorbestemd om te groeien en ‘weet’ dat lijden de enige weg is daartoe. Wij worden als een magneet aangetrokken tot precies dié situaties die ons ‘heel’ maken.

De ziel als masochist. Rare jongens, die zielen. Maar ik herken iets van wat je zegt. Neal Donald Walsch beweert in zijn boeken dat wij mensen niet op aarde zijn om te leren, maar ons alleen maar hoeven te herinneren wat onze ziel al weet: dat alleen liefde en liefde alleen (halleluja) leidt tot eh… ja, tot wat eigenlijk?

Nou ja, het is maar hoe je het bekijkt natuurlijk. In feite ‘weten’ we alles, alleen niet bewust. Ik denk dus dat hij dát wel goed heeft ingeschat, of degene die het hem influistert…

Áls zielen bestaan, zou het onlogisch zijn dat er ook niet Iets anders bestaat. Iets dat nog slimmer is, dat wéét dat ‘leven’ goed is om te groeien. Dat bedenk je niet zelf, als simpele ziel.

Wat mij bij is gebleven uit het eerste boek van Neal Donald Walsch is dat ‘God’ zichzelf beleeft door ons. Ik heb het boek nooit uitgelezen, maar ik herkende het wel. In feite doen we zelf niet anders dan spiegelen en onszelf door de ander beleven.

Het doet denken aan die grottheorie van Plato, kent u die?

Ja, die heb ik laatst in volle glorie op mijn site gezet. Zie hier.

Gek idee, als dat klopt: die ziel gaat moedwillig in een grot (lees de aarde) zitten, om te ervaren wat het is om te leven. Daar is alleen maar lol aan als al zijn kennis meteen wordt gedeleet als-ie geboren wordt. Ik bedoel: ik zou best nog wel eens achttien willen zijn, maar niet als ik weet wat ik nu allemaal weet. Dan is de lol er meteen af, toch?

Zit wat in, Kluun. Als we alles al bewust weten voor we het gaan ervaren dan lukt het niet. Verdriet en geluk moet gevoeld worden, tot in de toppen van je tenen. Dat kan alleen maar in oprechte emotie. In mijn hart weet ik dat het uiteindelijk goed komt, dat ervaringen niet voor niets zijn, dat geeft troost en hoop, maar toch blijft die rationele twijfel en het weten dat we aan de bak moeten, dat het niet vanzelf gaat, en dat is maar goed ook…

Ik heb ondertussen uw link over de Grottheorie van Plato gelezen (lijkt verdomme wel een roman van Harry Mulisch, een column van u, er kwam geen eind aan!) en daar staat iets in over de mensen in die grot, iets dat ik herkende: ‘En als men hem verder zou dwingen naar het licht zelf te kijken, zouden zijn ogen dan geen pijn doen? Zou hij zich niet afwenden en vluchten naar de dingen die hij wel kan onderscheiden, in de overtuiging dat die echt duidelijker zijn dan wat men hem aanwees?’ Dat is wat ik mezelf middels Stijn in De Weduwnaar heb laten ontdekken: ik was altijd bang voor de pure liefde, en vluchtte er daarom van weg.

Dat is een mooi voorbeeld. Het kan ook niet anders. Je kunt aanwijzingen krijgen, boeken lezen, anderen geloven, en toch moet je zelf de dingen ervaren in gevoel voordat het kwartje valt. En dat kwartje valt alleen als de tijd daar rijp voor is… Maar door de ervaring van je vlucht ervaar je het nu intenser, vollediger dan ooit, toch?

Ik herken de liefde nu meer dan vroeger, geniet er meer van en waardeer hem meer. Zowel van en voor mijn kinderen als van en voor mijn vrouw. Ik ben ook meer bereid er voor te werken, omdat het kwartje is gevallen. Maar tussen herkennen en doen zit een groot verschil.

Dat is waar, maar je begrijpt inmiddels wél meer van de intentie en de kracht daarachter, waardoor je nu wel bereid bent die liefde (dat licht) meer toe te laten in plaats van je rug er naar te keren.
Wil je nog steeds van me weten waar die ziel nou zit?

Hm. Nou, laat ik het anders stellen: wat mij fascineert: ik geloof in het bestaan van de ziel. Ieder mens heeft er een. Die ziel gaat weer over naar weetikveelwaar bij de dood. Vaak kiest hij zelf de dood. Misschien zelfs wel voor de geboorte, als onderdeel van zijn leerplan. Maar wat bij een tsunami, een aardbeving, 9/11? Willen die zielen allemaal tegelijk dood? Dat gaat er bij mij niet in.

Je wilt ze vast niet tellen, Kluun, degenen die wereldwijd dagelijks allemaal tegelijk dood gaan. Ik denk dat er ook zoiets is als een groter plan met een groter doel… Daarbij heeft tellen geen zin. Een soort overkoepelende organisatie.

Ik vind het op het randje. Ik snap wat u bedoelt, kan me ook niet voorstellen dat het ‘zomaar’ gebeurt, áls er iets of iemand is die een hoger doel heeft, maar ik kan me ook voorstellen dat veel mensen daarom niet wíllen geloven in een God of hiernamaals, als diezelfde God zoveel ellende toestaat, met als doel ‘leren’….

Inderdaad. Maar zouden ook dié zich niet afwenden en vluchten naar de dingen die zij wel kunnen onderscheiden (om maar in de gedachte van Plato te blijven)? Gebeurtenissen die een groter doel dienen, zoals de evolutie, gaan gepaard met schokken, maar ik denk dat het niet minder zinvol is dan het doel van de individuele ziel, die ook deel is van dat grote plan in evolutie.

Moeilijk. Gevaarlijk terrein. Zelf geloof ik dat we leren als mensheid. Niet in een rechte lijn, maar toch. We weten ondertussen dat het niet normaal is elkaar met knuppels op de kop te slaan, maar we doen het nog wel, over de hele wereld. We weten ondertussen dat we in actie moeten komen als er mensen als Hitler opstaan, maar we doen het nog niet altijd, of te laat. En we weten dat we de aarde naar de gallemiezen aan het helpen zijn, maar we doen het nog steeds. Tussen weten en doen… De grote vraag is: is de mens slecht van nature, zoals cynici zeggen, en vernietigen we onszelf, als in een Houellebecq-roman, of zien we op tijd het licht, zoals Walsch en Plato hopen/denken, en beseffen we waartoe onze ziel hier is gekomen? Ik heb sterk het gevoel dat we daar rap achter moeten komen, anders is het te laat.

Er wordt geschreven dat we in een tijdperk van bewustwording zijn aangekomen, dat we voor grote veranderingen staan, dat de mens weer groeit naar het spirituele. Ik mag het hopen Kluun…

Ik ook. Laten we het daar de volgende keer over hebben: wat is de relevantie van oude wijsheden zoals die van de Maya’s, Eygptenaren en de oude Oosterse geschriften voor deze tijd. Daar weet u vast wel wat van, u kennende.

Ik heb er ooit wel eens het één en ander van in moeten stampen, ja…

Mooi dat het nu van pas komt, want alle overbodige kennis is ballast, zei mijn vader, een van de grootste Tilburgse filosofen aller tijden, al. Tot volgende week!

:) Vandaar dus, dat ik het niet allemaal onthouden heb… Tot volgende week, Kluun!

PS ELLY (VR 4 AUG)

Nog even terugkomend op het onderwerp en onderscheid geest en ziel.
Ook hier is nog zoveel aan toe te voegen. Is de geest de bewustzijnsvorm of de ziel of is het een geheel? Ook binnen verschillende religies wordt dit op verschillende manieren benaderd. Als ik uitga van de context geest in beleving hier, maar ook in het hiernamaals, dan is er een verschil. Als we het bijv. hebben over een ziekelijke geest, dan is die geest door wat dan ook vervormd en staat niet in bewust contact met zijn oorsprong. Een geest van een overledene kan bijv. spoken, zich negatief of zelfs demonisch gedragen. Ik kan mij niet voorstellen dat dat het zuivere deel is, die oorsprong. Dat moet dieper weg zitten.
De ziel klinkt voor mij zoveel puurder. Op zich natuurlijk genoeg voer voor meer discussie… in volgende dialogen…

Delen

De zweefmolendialogen, aflevering VI: Kinderen

Posted on 149 Keer gelezen

Het is donderdag en dus weer tijd voor een nieuwe Zweefmolendialoog met schrijver Kluun.

Goedemorgen Oma Van Wijnbergen! Nog van harte met uw nieuwe Wijnbergje. Hoe gaat het met hem? Doet alles het? En is de moeder al weer hersteld van de uitdrijving?

Ja hoor, kluun. weer mooi en tegelijkertijd wonderlijk om te ervaren. Ik ben dus helemaal in de mood voor het onderwerp van vandaag.

Ja, ik ben van de afdeling slimme bruggetjes. Kinderen dus vandaag. Mevr. Van Wijnbergen: zijn kinderen paranormaler of intuïtiever dan wij, volwassenen?

Ik denk van niet. Wij als volwassenen zijn verleerd naar die intuïtie te luisteren. Kinderen laten hun intuïtie nog niet onderschoffelen door die ratio, zijn nog open en spontaan in beleving. Daardoor lijkt het alsof ze intuïtiever of meer paranormaal zijn.

Dus omdat kinderen minder weten en minder hebben geleerd, kunnen ze hun intuïtie beter gebruiken en zien/voelen ze dingen die normale mensen (u dus niet) niet meer voelen/zien?

Kinderen ‘weten’, maar vanuit een diep innerlijk weten, dat in ieder mens aanwezig is. Ze zijn nog niet gehersenspoeld door de ‘denkwijze’ van onze Westerse cultuur. Sterker nog, ik denk dat ze, als ze heel klein zijn nog in twee werelden staan, een soort overgang, zoals ook de dood is, maar dan andersom.

Ho. Wat zegt u nu weer? Twee werelden. Dat herken ik wel van de laatste dagen van mijn eerste, overleden vrouw. Een soort verlichting. Maar kinderen hebben ook zoiets? Dit moet u even uitleggen, Mw. Van Wijnbergen. Hoe, hoe lang, wat, waar, waarom?

Kinderen staan nog heel nauw in verbinding met die andere dimensie, nemen ook waar uit die andere dimensie, hebben contact met die andere dimensie. Er wordt ook gesuggereerd dat huilbaby’s moeite hebben met die overgang. Ik denk dat dat ook zo is, hoewel natuurlijk niet alles vandaar uit verklaard kan worden. Baby’s huilen ook om heel veel andere redenen. Maar zodra kinderen zich gaan vereenzelvigen met de ‘IK’, gaan ze een ego ontwikkelen die ze met de ratio gaan beschermen en dan begint de verwijdering. Dat moet ook, dat is niet voor niets, maar overal waar té voor staat geeft disbalans.

Ego ontwikkelen. Disbalans. Proef ik daar een snufje Freud?

Ja, Kluun, ik heb ook moeten stampen, ook Freud…

Freud heeft hele bomen opgezet over het onderbewuste. Da’s wel iets anders dan intuïtie,toch? Wat ís intuïtie dan eigenlijk?

Intutie is eigenlijk iets dierlijks. Het onderbewuste is datgene van waaruit wij handelen, ons vormen, iets dat ons drijft. Want ook al menen wij niet te kunnen luisteren, toch zoekt het wel zijn weg. Er is uiteindelijk geen ontkomen aan. Alles dat in het onderbewuste is opgeslagen werkt in ons als die steen in het water…

Zit inuïtie opgeslagen ‘in’ het ‘IK’ (of ego) of is het een soort kosmische kennis?

Vanuit inuïtie maken wij contact met die kosmische kennis. Vanuit het ego gaan we meer rationeel te werk. Maar het staat niet los van het onderbewuste, zoals ik net schreef.

Loes zegt iets nuttigs. Vrouwen zouden intuïtief sterker zijn. Ik geloof dat ook. Mannen worden meer gedreven door ratio en door ego, vrouwen staan voor mijn gevoel nog dichter bij hun oorsprong, bij hun natuur. Misschien omdat vrouwen kinderen baren, menstrueren, ovuleren?

Ja, vrouwen staan over het algemeen veel meer in contact met die intuïtie en hebben dat inderdaad ook nodig om het contact te voelen met hun kind(eren). Vrouwen zijn fijngevoeliger, gaan meer van daaruit te werk, sussen, regelen, gaan vaak op subtielere wijze met die rationele werkelijkheid om. Een moeder weet als geen ander wat goed is voor haar kind. En het kind staat als geen ander in telepathisch contact met de moeder. Het is dus ook iets dat van nature prachtig is verdeeld.

Nou. Daar zijn wij, mannen, lekker mee. Terug naar intuïtie en kinderen. Ik heb het even opgezocht op Wikipedia en daar wordt, in veel moeilijkere bewoordingen, in feite hetzelfde gezegd als wat u beweert: juist omdat we in een maatschappij leven waarin het rationeel en intellectueel denken zo’n prominente plaats in neemt (kijk alleen maar naar het belang dat we hechten aan de studie van onze kinderen), hebben volwassen afgeleerd hun intuïtie te gebruiken. Hoe kunnen we die achterstand op kinderen inhalen? Alle universiteiten afschaffen?

Nee, zeker niet. Studie is heel zinvol en processen van de ratio ook. We zijn niet voor niets op deze aardbol, het moet in evenwicht zijn. Hoe we die achterstand op kinderen in kunnen halen? Door simpelweg te leren luisteren. Onze fantasie ook als werkelijkheid te aanschouwen. Het geeft ons veel informatie, en dat doen ook onze kinderen. Wij leren onze kinderen hun bordje leeg te eten en belonen ze zelfs daarvoor met een toetje. Het kind weet allang hoeveel voeding en wat voor voeding het nodig heeft. Het weigert consequent en wij kopen het om. En als we dan ouder worden kampen we met overgewicht omdat we dat signaal van het lichaam zelf niet meer horen.

Nou nou, dat gaat wel heel ver, hoor, Mevr. Van Wijnbergen… Hoog jaren zeventig gehalte: laat de kinderen lekker vrij, ze weten zelf wel wat goed voor ze is, en ach, hoe is het mogelijk, zijn ze toch ineens onhandelbaar.

Niet zo zwart wit, Kluun. Als ik je nou eens vertel dat ik als kind exact wist wat wel en niet goed voor mij was qua voeding, dat ik dat later heb afgeleerd te weten omdat ik ooit verplicht op een dieet moest, en dat ik toen juist wilde eten wat ik niet mocht, en dat ook deed, en dat ik jaren later mijn lichaam pas weer in balans kreeg door precies die voedingsmiddelen te weren die ik als kind al ‘niet lekker’ vond. Geen enkel dieet dat ik ooit kreeg kon daaraan tippen.

Hm. Nou, vooruit. Iets anders. Die twee werelden. Zien kinderen dingen die wij niet zien?

Ja, je moest eens weten hoeveel mail ik krijg van verontruste ouders die met de handen in het haar zitten omdat hun kind dingen ziet, hoort of weet, die het helemaal niet kan weten. Ze zien overledenen, praten met die overledenen, en geven boodschappen van die overledenen. En ouders schrikken zich te pletter en vragen dan om hulp om hun kinderen te begrijpen daar waar ze zelf ooit zijn afgehaakt. Die fantasie blijkt niet alleen maar fantasie te zijn, maar deels ook een verdrongen werkelijkheid.

Dat laatste begrijp ik niet. Verdrongen werkelijkheid van de ouders? Praten overledenen dan ook met ons, maar horen we ze niet? Of praten ze alleen met kinderen en types als u, omdat ze weten dat ze anders toch voor de kat z’n viool boodschappen zitten te door te geven?

Ja, en ja :). Ik kan mij best voorstellen dat ik, als ik straks kassiewijle ben, mijn tijd en energie daarboven op die wolk niet ga zitten verdoen als die roepende in de woestijn. Maar er zijn er nog meer dan ik. Het blijkt dat mensen op telepathische wijze in contact staan met overledenen en zelfs dingen zien (en dan wegmoffelen onder het mom fantasie) die zij zelf niet serieus durven nemen. Eigenlijk appeltje eitje dus…

Hoe ‘zien’ kinderen die dingen?

Ze hebben vaak ‘denkbeeldige’ speelkameraadjes. En die zien er doorgaans net zo uit als in een echte fantasie. En energie kan ook de vorm aannemen die het kind wenst…

Voorbeeld?

Als ik een kind in mijn praktijk krijg die ongewenste entiteiten ziet, dan benader ik dat vaak in gewenste fantasie van het kind. Het kind blijkt dan zelf in staat, door bijv. in fantasie de vorm aan te nemen van een favoriete stripheld, om zo de boodschap naar die entiteit duidelijk te maken. En met resultaat, omdat zij erin geloven. Het gaat er namelijk niet om hoe het eruit ziet of hoe het zich energetisch vorm geeft, het gaat om de kracht daarachter. Een overledene kan zich bijv. ook aan mij kenbaar maken door te verschijnen met een bepaald kenmerk of herkenbaar gedrag als herkenning voor de mens tegenover mij. Iemand die tijdens zijn aardse leven mank liep kan op die manier aan mij verschijnen, terwijl hij in die andere dimensie helemaal niet mank loopt.

Eva (die toen drie was) zei in het eerste half jaar nadat haar mama was overleden vaak dat mama iets tegen haar zei. Hoe weet ik of ze dat fantaseerde of dat zoiets echt was?

Voor haar is er op die leeftijd geen onderscheid tussen fantasie of werkelijkheid. Zij beleeft het in volle overtuiging. Het is aan jou wat je ermee doet.

Dat begrijp ik niet. U vertelt eerst dat overledenen af en toe met kinderen communiceren. Er is toch een verschil tussen een kind dat fantaseert en een kind dat écht zoiets ziet/hoort?

Jawel, maar niet in de beleving van het kind. Het kind verbindt daar geen waardeoordeel aan. Dat wij het niet kunnen toetsen wil niet zeggen dat het enkel fantasie is, maar wij willen het pas echt geloven als het kind iets zegt dat ons ook daadwerkelijk overtuigt. Het kan zijn dat je als ouder een verschil merkt in de beleving van het kind, dat jij bijv. het gevoel hebt dat ze niet fantaseert, dat het ‘anders’ voelt of klinkt als wanneer ze bijv. met haar poppen communiceert. Maar het kind zal niet tegen jou zeggen: ‘Dat gesprek met mama was écht, hoor pap, dat met die poppen, was fantasie.’ Snap je?

Ja. Maar ik kan er niks mee. Ik zoek bevestiging. Want ik hoorde nooit wat. Bij mij kwam mijn vrouw alleen maar in dromen. Ze was dan niet mank, maar meestal naakt. Niet erotisch naakt, maar ‘natuurlijk’. Wel heeeeeel mooi :))

Misschien juist omdat je ratio tijdens waken de leiding neemt. Overleden verschijnen dus vaker in dromen. En haar ‘natuurlijke’ verschijning kan voor jou heel helend zijn gezien haar aardse situatie. In deze column uit 2003 schrijf ik o.a. over verschijningen tijdens dromen: De grenzen van ons bewustzijn. Lees maar even…

Pittige kost. Terug naar kinderen. Mijn jongste, Roos, is nu tweëeneenhalf en die ‘leest’ gedachten. Vooral die van mijn vrouw. Als mijn vrouw er aan denkt om naar de slager te gaan, zegt Roos; ‘gaan we naar de slager?’. Als ze erover denkt om even haar moeder te bellen, zegt Roos plotseling; ‘Ja, we gaan oma bellen!’ Kunt u dat ook, gedachten lezen, met uw diploma?

:) Ik vang wel eens wat op ja, vooral als ik aan het werk ben. Maar je moet dat niet zien als letterlijk iemands gedachten lezen. Het is een uitwisseling van energie die je vertaalt in eigen woorden. Maar die vertaling kan soms wel heel letterlijk zijn. Maar er heeft ook vast wel eens iemand tegen jou gezegd: ‘Je haalt me de woorden uit de mond.’

Ja, maar dat was meer in een erotische context.

En je hebt toch ook vast wel eens gedacht als de telefoon ging: ‘Goh, die wou ik net gaan bellen,’ of gezegd: ‘Ik zat net aan je te denken?’ Zelfde. En kinderen zijn meesters in het eerst roepen en niet nadenken…

Ja, tuurlijk, en dat zal af en toe ook wel iets te betekenen hebben, maar eerlijk gezegd vind ik dat aan dingen die toevallig gebeuren tegenwoordig wel héél vaak een spirituele betekenis wordt toegedicht. Toeval bestaat natuurlijk wel. Er is elke week toch íemand die de Staatsloterij moet winnen. En pech bestaat ook. Als ik zometeen niet oplet en met mijn harsens tegen een lantarenpaal loop omdat er net een leuk iemand voorbijkwam, dan is dat toch echt vette pech en geen teken van boven dat ik minder naar vrouwen moet kijken.

Nou, ik maak het goed met je. Voordat je ook nog het gevoel bespeurt dat ik onze kinderen wil ophemelen tot spirituele wezens heb ik nog column voor je over nieuwetijdskinderen. Die moet je echt nog even lezen als afsluiter.

Ja! helemaal mee eens! Zo ziet u maar, het wordt nog wel eens wat tussen ons, mevr Van Wijnbergen. Voor de volgende keer heb ik weer een verzoek. Wat is de ziel? Heeft u dat ook als parate kennis in uw portfolio?

Poeh, daar vraag je me wat. Nou, we zullen zien…

Mijn lezers (dik 2.000 vandaag, u bent populair, mevr. Van Wijnbergen!) en ik vertrouwen volledig op u. Tot donderdag!

Delen

De zweefmolendialogen, deel V: Wat is liefde?

Posted on 160 Keer gelezen

Het is donderdag en dus vandaag weer een nieuwe zweefmolendialoog met schrijver Kluun.

Mw. van Wijnbergen, hoe maakt u het? Vandaag wil ik u de belangrijkste vraag stellen, dé vraag waar de gehele menschkeit mee kampt: wat is liefde?

Een magisch werkwoord, Kluun

U lijkt mijn moeder wel, toen ik het ooit uitmaakte met B. ‘Ja, liefde is werken, jongen.’

En? Hoeveel relaties ben je nu verder?

Eh… Eh… even tellen. Stuk of eh… zeg! Ik heb ook recht op een privéleven, hoor!

:) Maar je moeder had gelijk, niet?

Hm.

Ik denk, Kluun, maar ik ben ook geen expert in deze; dat wij liefde vaak te romantisch zien. Als iets dat vanzelf gaat en als het niet meer vanzelf gaat, dan denken we dat het geen liefde is.

Dat herken ik. In al mijn vroegere relaties, als de verliefdheid na een tijdje over was, begon ik te twijfelen. Als het zoveel moeite kostte, was het dan wel echt?

Precies…

Ik dacht bij iedere ruzie, iedere crisis, ieder moment van sleur, iedere rotdag: ‘zeg, als dit doorgaat, dan peer ik ‘m ertussenuit.’

En je dacht nooit: het kan ook wel eens aan mij liggen?

Zeg, luister eens Mw. van Wijnbergen, effe dimmen, hè, anders neem ik een andere paranormaal therapeut voor deze sessies!

Moet je doen. www.goudengids.nl en dan onder de Z van Zweefmolen.

Okay, okay, point taken. Het kan ook wel eens een beetje aan mij hebben gelegen, af en toe. Maar ik ben toch niet de enige man die als het even niet lekker liep, altijd dacht: ‘Is dit nu de vrouw waar ik oud mee wil worden? Zouden er geen vrouwen makkelijker in het dagelijks gebruik zijn?’

Als we er niet in slagen om gelukkig te zijn, wijten we dat vaak aan de ander…

Klopt. Ik ben er achter gekomen dat ik de ander gebruikte als het ontbrekende stukje van de legpuzzel van het leven.

En? Lukte dat?

Allicht niet. Het valt me op dat veel mensen dat als definitie van de liefde zien, trouwens: ‘elkaar gelukkig maken’. Ik denk nu dat je die taak niet bij een ander neer kunt leggen.

Dat is ook zo. We voelen ons juist aangetrokken tot degene die ons de spiegel voorhoudt, waarin we onze eigen tekortkomingen, frustraties e.d kunnen zien.

Zoals u dat zegt, mw. van Wijnbergen, klinkt dat alsof het bijna gepland is door iets of iemand… Alsof we blij moeten zijn dat de ander ons irriteert.

Als je de illusie opgeeft dat de liefde een licence to happiness is, dan kun je er je voordeel mee doen, ja…

Zou het kunnen dat wat wij ‘liefde’ noemen, eigenlijk niet meer is dan een proeftuin voor het echte werk? Een voortdurend werkcollege tot we het beheersen en het diploma Onvoorwaardelijke Liefde kunnen krijgen?

Tsjonge Kluun, wat filosofisch. Weet je zeker dat dit geen wrample is?

Ik leer… ik leer…. Mw van Wijnbergen. Ik denk dat wij, mensen, te vaak wanhopig op zoek zijn naar de volmaaktheid in het leven, in de liefde, in de ander. En daarom worden we keer op keer teleurgsteld als dat niet lukt.

Inderdaad. En ter compensatie van onze eigen onvolmaaktheid zoeken we vaak volmaaktheid in die ander, of we verlangen op zijn minst dat hij/zij onze onvolmaaktheid aanvult.

Klinkt bekend… Ik had altijd het idee dat ik moest zoeken naar die ultieme liefde, en dat, als je die vindt, je haar vanzelf zou herkennen.

De ware…

Nu geloof ik dat de liefde een proeftuin is, waarin het de bedoeling is dat je leert over je zelf, het leven en Echte, hogere Liefde. Hoe denkt u daarover, Mw. van Wijnbergen?

Ik denk dat je die ultieme liefde kunt herkennen, dat je ‘voelt’ wie jouw andere deel is. Dat die ander als het ware voorbestemd is om samen met jou te groeien. In die zin is de liefde een proeftuin om door te groeien naar het hogere, de hogere liefde, de onvoorwaardelijke liefde.

Ik geloof u voor wat betreft het ‘voorbestemde’. Ik geloof dat zielen samen bepalen dat men elkaar in een mensenleven tegenkomt. Ik geloof niet dat dat altijd twee zielen hoeven te zijn. Het kunnen er meerdere zijn. Volgtijdelijke liefdes. Vrienden. Kinderen en ouders. Inspirerende mensen die je op je levenspad tegenkomt.

Ja, familie, maar ook mensen die je herkent zonder dat je daar überhaupt rationeel een verklaring voor hebt. Het voelt dan bij de eerste ontmoeting of je die ander ‘kent’. Of je voelt je tot die ander op een speciale manier aangetrokken, die ander fascineert je. Je dient elkaar dan in een een stukje groei in bewustzijn.

Ik las eens ergens dat de NASA weet dat het heelal voor 4 % uit bekende materie bestaat, voor 23 % uit onzichtbare en onbekende materie en voor 73% uit een onbekende vorm van energie. Misschien is dat ‘herkennen’ en zaken als ‘intuïtie’ of datgene wat wij ‘liefde’ noemen wel onderdeel van die onbekende 73% energie.

Liefde als een haast natuurkundige kracht, Kluun?

Ja! Ik denk dat we er ooit in slagen om ‘Liefde’, als zijn de krachtigste vorm van energie in het universum, ooit te ‘bewijzen’.

Net als electriciteit, uv-stralen, radiogolven…

Ja!

Tsja, daar kom ik wat in de knoei. als ik schrijf dat tijd en ruimte niet bestaat, zoals in de vorige dialogen, heb ik niks aan die 73 % ruimte. Anderzijds is het voor mij wel als zodanig tastbaar, in vorm, en neemt het ruimte in, maar niet afgebakend, Kluun.

Liefde is tastbaar voor u? Hoe? Wat? Wanneer?

Is liefde voor jou niet tastbaar dan?

Ik voel het, vaak. Voor veel mensen. Maar niet als een ‘zeker’ of exact iets. Ik kan twijfelen of ik wel van een persoon houd. Het is dus niet tastbaar voor mij.

Twijfel is ratio. Maar momenten van echte liefde die je deelt in energie met elkaar voel je toch wel? In die zin is het toch tastbaar?

Op die fiets. Dat wel. Maar ik zou het aardig vinden als ik meer van het fenomeen zou begrijpen. Rationeel.

Meer tastbaar dan je eigen gevoel kan ik het niet voor je maken. Had je gehoopt op een wiskundige formule voor de liefde?

Hm. Vorige week hoopte ik het definitieve antwoord te krijgen of er leven na de dood was. Nada. Nu wat liefde precies is. Waar gaat u me de volgende keer niet het antwoord op geven, Mw. van Wijnbergen?

Zullen we dan eens het eens over kinderen gaan hebben? Die zijn nog zo puur dat ze hun intuïtie onderweg nog niet zijn kwijtgeraakt…

U bedoelt dat ze niet overal bewijs voor willen hebben, zoals ik?

:), tot volgende week, Kluun

Delen