Manuscript

In Manuscript door Elly van Wijnbergenreageer

Hoofdstukje uit manuscript met als werktitel De nacht:

Ik trek de dekens verder over me heen. Nog even.
Stan trekt plagend de dekens weer van me af.
‘Opstaan, Floor. Tijd!’
‘Mmh,’ kreun ik. Tegelijkertijd hoor ik Sem en Daan alweer kibbelen, maar zelfs dat gaat inhoudelijk aan me voorbij.
Met veel tegenzin kom ik half slapend overeind, zoek zittend op de rand van het bed naar mijn pantoffels en slof dan zwaar zuchtend naar beneden, alsof mijn lichaam vannacht tien kilo zwaarder is geworden.
Ik open de koelkast, pak de jam, de boter en de hagelslag en zet alles met een nonchalant gebaar op tafel.
‘Koffie, thee?’ Het klinkt niet van harte, oordeel ik zelf.
‘Koffie. Als het u niet teveel is,’ zegt Stan op een uitdagende, zeer wakkere toon.
Ik geef geen respons.
‘Wat is er?’
‘Niets.’
‘Slecht geslapen?’
‘Nee.’
‘Zal ik je even wakker maken?’
‘Nee.’ Ik ken zijn manier van wekken. Als hij zelf wakker is moet de hele wereld wakker worden, desnoods gekieteld.
‘Stan. Weg!’ zeg ik snerpend als hij naar me toe komt lopen, maar het is al te laat.

Als de rust in huis weer is teruggekeerd, Stan naar zijn werk is en de kinderen weer naar school, bereid ik me voor op een drukke agenda. Vanochtend een bruidsmake-up, vanmiddag twee schoonheidsbehandelingen, vanavond ook volgeboekt tot half elf.
Ik blader door de rest van de week. Dat ziet er al niet veel anders uit.
Om tien uur doe ik open voor mijn eerste klant, pak haar jas aan en loop voor haar uit de salon in. Ze kent de routine en begint alvast haar blouse los te knopen, terwijl ik mijn handen was, het plastic teiltje vul met warm, maar niet al te warm water en vervolgens de stoel met het voetpedaal in de juiste stand zet voor haar om erin te stappen.
‘Neemt u plaats, mevrouw,’ zeg ik overdreven ludiek om te verbloemen dat ik er vandaag geen zin in heb.
Ik dek haar toe, stop de overhangende flappen van de deken tot ver achter haar schouders en verman mijzelf haar een zo comfortabel mogelijk gevoel te geven.
‘Zo, lekker warm,’ zeg ik en strijk behagend over de deken rond haar schouders, maar de intentie van mijn woorden klinkt niet in mijn stem.
Ik neem plaats op de kruk, trek de verrijdbare werktafel dichter naar me toe en bereid de huid voor met warme kompressen.
Zij vertelt over haar zwangerschap, de babykamer, het zwangerschapsverlof en de pijnlijke krampen in haar onderbuik. De grote lijnen volg ik, inhoudelijk gaat het als een onsamenhangende woordenvloed aan me voorbij.
Als ik het decolleté en daarna het gezicht masseer blijft het stil.
Ik verzink in gedachten, maar zelfs die krijg ik vandaag niet geordend. Ik voel pijnen, moeheid, van alles tegelijk.
‘Hoe staat het met de klandizie? Veel respons gehad op het artikel in de krant?’
Ik schrik op van haar vraag waarop ik liever niet wil antwoorden. Sinds het artikel in de krant verscheen ben ik onophoudelijk aan het werk. Het is alles dat ik wilde, meer dan ik hoopte. In die zin heb ik niets te klagen, maar vermoeiend is het wel.
‘Er komen nog steeds nieuwe klanten bij,’ zeg ik en registreer opnieuw de leegte in mijn stem.
‘Fijn,’ zegt ze.
‘Zeker,’ jok ik.
Terwijl ik verder masseer kijk ik naar mijn hand die opzwelt en verstijft. Ik weet niet wat het is, maar het gebeurt steeds vaker de laatste tijd, vooral tijdens het behandelen. Mijn vingers voelen stram, pijnscheuten trekken voorbij mijn elleboog mijn arm in en ik voel voortdurend die tinteling als speldenprikken in mijn vingertoppen. Ik ga rechter op mijn kruk zitten, strek mijn schouders naar achter, laat onopvallend mijn rechterarm langs mijn lichaam bungelen, maar het helpt allemaal niets.
Als de behandeling klaar is vraag ik of ze een nieuwe afspraak wil.
‘Jazeker. Het was weer heerlijk, Floor. Mijn zwangerschapspijnen verdwijnen hier als sneeuw voor de zon.’
Als ik heb afgerekend loop ik naar de keuken voor twee keer vijfhonderd milligram paracetamol.