Over channelen, deel II

Posted on 381 Keer gelezen

Channelen doen we dus allemaal, bewust of onbewust, schreef ik maandag in deel I. Hoe onwerkelijk het voor velen onder ons ook lijkt, wij staan voortdurend in contact met alles dat om ons heen is. Op zich niets bijzonders. Kijk in de dierenwereld.

Dieren hebben een speciale neus voor dreiging en slaan op de vlucht. Waar die informatie vandaan komt maken dieren zich niet druk om, zij handelen. Uw kat gaat vast niet liggen op een plekje waar het niet pluis is, voor de rest vindt hij het gezegend.
Wij mensen ontwijken ook plekjes waar het niet pluis is, tenminste, als we niet zo zouden twijfelen aan ons van nature zo perfect geregeld intuïtief vermogen. Als we dat vermogen niet zo zouden onderschoffelen met overtuiging en ongeloof. En als we niet voortdurend ons hoofd zo vol hadden met praktisch denkwerk of stress van de dag, waardoor we andere signalen dus negeren.

Kinderen geven nog wel aan dat er iets niet pluis is en uiten dat vaak als ‘fantasieën’ en in dromen. Het gebeurt maar al te vaak dat problemen en enge dromen verdwijnen door het kinderbedje eenvoudigweg te verplaatsten naar een andere ruimte of een andere hoek van de kamer.

Maar wat heeft dit alles te maken met onbewust channelen?

Stel, je bent een gevoelig typje dat zich van alles aantrekt. Nee, nu niet gelijk gaan denken dat we dan de hele dag in contact staan met geesten of wat dan ook, maar er zijn genoeg gevallen – ik krijg ze met regelmaat in mijn praktijk – waarbij mensen het spoor bijster raken, omdat zij niet meer weten wie zij in werkelijkheid zijn, welk gevoel nu eigenlijk eigen is. Chronische moeheid is een typisch verschijnsel van mensen die, zonder dat ze daar erg in hebben, hun energie voortdurend weg laten lekken, voortdurend van alles absorberen van ‘van alles’ om hen heen.

Ook dat is een natuurlijk gegeven, want energie baant zich een weg, als stromend water. Zet een gever en een nemer naast elkaar op de bank voor een gezellig onderonsje en het energetisch spel wordt gespeeld. De nemer gaat fluitend de deur uit en de gever vraagt zich af waarom hij toch weer zo moe is of alweer zo’n hoofdpijn heeft, terwijl het toch eigenlijk best gezellig was. De nemer zat zich te verkneuteren op de bank en de gever gaf hem het gevoel dat er weer eens écht naar hem geluisterd werd, en dat geeft de gever ook een goed gevoel. Wat is daar nu mis mee…

Niets, maar luisteren en luisteren is twee. Channelen en channelen is ook twee. En zelfs al menen we goed te kunnen channelen en onderscheid te kunnen maken, misleiding ligt altijd op de loer. En… hoe goed kennen we onszelf. En ‘kennen’ wij datgene dat wij ‘aantrekken’ en net zo goed voelt als dat gesprek op die bank, omdat we ‘zo goed kunnen luisteren’?

Dat al het goede van boven komt is een fabel en en ons openstellen omdat we de gave hebben en er daarom op vertrouwen dat wat ‘door ons heen mag komen’ goed is naïef. Feit is dat we, ook al channelen we ‘bewust’ we altijd op onze tellen moeten passen, zeker als we onervaren zijn. In feite is channelen niet minder gevaarlijk dan glaasje draaien als je niet exact weet wat je doet of over je afroept.

Is het dan wel zo verstandig je in spiritualiteit te gaan verdiepen, is het dan wel zo verstandig om columns te schrijven en mensen aan te sporen dat het zinvol is om verder te kijken dan je neus lang is, omdat spiritualiteit ons leven kan verrijken, ons weer bij onze kern kan brengen, ons leerproces kan activeren met alle goede gevolgen vandien…

Ja hoor, struisvogelpolitieken is niet de oplossing. Vluchten in angst evenmin. Ik schreef in 2001 in de column Over bang zijn voor een online magazine: (…) Bang zijn is niet altijd verkeerd. Als iemand een pistool op je hoofd richt en je weet niet dat het een pistool is, zul je geen doodsangst ervaren. Als je weet dat er een dodelijke kogel inzit wel. Maar als je kunt kiezen uit het wel en niet weten van dat, dan weet ik het wel… Het is een stuk veiliger om dingen te zien voor wat ze zijn. En zeker als het gaat om dingen waar we niet genoeg van weten. Ze zijn niet minder bedreigend.
Die column schreef ik destijds naar aanleiding van de vraag: Wat kan iemand verwachten die besluit iets met paranormale vermogens te gaan doen? Je kunt die column nog eens nalezen achter deze link.

Meer hierover in deel III, wordt vervolgd…

>>Over channelen, deel I
>>Over channelen Deel III

Delen

Over channelen, deel I

Posted on 432 Keer gelezen

Of ik over channelen wil schrijven. Channelen met overledenen, gidsen, andere dimensies, hoe het werkt, of het net zo link is als glaasje draaien, tips en tricks of gewoon niet doen, vraagt Paul. Dat wordt een lang verhaal dat ik niet op één dag ga vertellen. Vandaag wel de aftrap…

Channelen is je openstellen voor boodschappen van ‘gene zijde’. Een ruim begrip, maar hoe werkt dat.

Eigenlijk channelen we allemaal, bewust en onbewust. Ik schreef het eerder in de column Zielen shoppen uit 2002. We zijn allen min of meer in staat contact te maken met die andere dimensie. We zijn een open systeem en reageren op prikkels van buitenaf.

Brengers van boodschappen uit die andere dimensie noemen we gidsen, tenminste, als we menen er bewust contact met één te maken. Dat kunnen dierbare overledenen zijn, maar ook verbindingen vanuit vorige generaties of levens. Toch… Als we hier op aarde straks het loodje leggen en ‘over gaan’ zoals dat heet, is het niet zo dat we direct verlost zijn van onze zonden en als heiligen wat door het astrale kunnen banjeren om op afroep beschikbaar te blijven voor iedere aardling die zin heeft in een oprechte boodschap van ons over wat dan ook, tenminste, ik denk dat het niet zo werkt. Maar daarover later meer…

Maar channeling kan ook een algemener doel dienen en een bundeling zijn van krachten die proberen dé boodschap op aarde te brengen, en wel voor de gehele mensheid. Neem de ultraviolette straal die donderdag j.l. over onze aardbol scheen, die waarover het halve volk een email in de bus kreeg. Waar zo’n boodschap werkelijk vandaan komt is niet echt helder, althans, ik kreeg enkel die mail. Maar waarschijnlijk is wel dat, naast logische berekeningen vanuit bv astrologie, zoiets ook via channeling bekend wordt.

Er wordt wat afgechanneld richting het jaar 2012, we voorspellen het einde der tijden, de antichrist etc. Het lijkt een spel van goed en kwaad, en we worden bedolven door tegenstellingen. De enige optie die we hebben is dat we onder invloed van die brei vooral onszelf zien te te bewaren, met al het goede dat we in ons hebben. Maar dat valt niet mee, want wat is dan het goede? We menen toch allemaal dat we zo goed mogelijk bezig te zijn.

Het is geen nieuw verhaal dat we voortdurend blootstaan aan misleiding. Niet dat dat op zich nou zo desastreus is, want misleiding zorgt er tenslotte ook voor dat we vooral veel over onszelf leren en dat is geen slecht doel op zich. Misleiding kennen we dus allemaal. We doen er dagelijks aan. We willen voortdurend een zo goed mogelijk beeld van ons zelf schetsen en verbergen datgene waar we niet zo trots op zijn. We hebben allemaal de neiging eerst recht te praten wat krom is voordat we daadwerkelijk bereid zijn de hand ook in eigen boezem te steken. Menselijk gedrag, want we weten ook niet alles en het is al moeilijk genoeg.

Dat we naar het jaar 2012 vooral spiritueler worden wil niet zeggen dat we nu opeens met z’n allen het licht gaan zien, alhoewel alles er wel op wijst dat we na 2012 eindelijk verlost zullen zijn van het kwade. Als we de berichten mogen geloven wordt het dan eindelijk een paradijsje op aarde. Maar dat gaat niet zomaar, daar gaat heel wat aan vooraf. Ik schreef het al in de dialoog met Kluun. Het voelt heftig, we staan bloot aan van alles dat een snelle run lijkt te moeten nemen om straks op tijd onze schaapjes op het droge te hebben. En wie wil dat nou niet…

Wordt vervolgd…

Delen

Niet aanbellen

Posted on 423 Keer gelezen

Hij loopt met pakketjes met kaartjes die hij wil slijten voor vast een goed doel.
Ik zit achter het raam. Hij ziet me niet, want hij focust op het bordje bij de voordeur waarop staat dat hier een Paranormaal therapeut gevestigd is.
Hij belt niet aan maar loopt snel weer weg.
‘Wie is dat?’ vraagt T.
‘Iemand die denkt: Oh jee, hier ga ik niet aanbellen,’ zeg ik.

Delen