web analytics

Tag Archives geesten

Geesten op zijn kamer

Posted on 137 Keer gelezen

Hij wil al tijden niet meer op zijn kamer slapen. Ook niet spelen daar met zijn lego overdag. Er zijn geesten, hij voelt ze, ziet ze, telkens weer. Boos? Nee, dat zijn ze volgens hem niet. Hij denkt zelfs te weten wie het zijn. Maar ze belemmeren hem in alles wat hij doet en wil, alsof ze voortdurend over zijn schouder meekijken.

‘Maar wat wil je dan allemaal?’ vraag ik.
Hij vertelt over het kasteel en hoe hij het op zijn kamer zou willen bouwen. Over de torens, de brug, zijn ridders en het water eromheen.
‘Maar nu geef jij dus eigenlijk jouw kamer zomaar weg…,’ merk ik op na een aftastende stilte en strijk door met mijn handen over de spanning van zijn rug.
Hij staart nadenkend naar opzij en mompelt. ‘Mhh… ja…’ Strekt zijn rug… schuift energiek naar voren tot aan het puntje van zijn kruk. ‘Ja, eigenlijk wel, ja.’

Ik sta op van míjn kruk, loop om hem heen, kijk hem aan, leg hem uit dat hij zelf zijn ruimte weggeeft, ruimte maakt door weg te gaan of misschien wel ervoor vlucht. Dat hij die ruimte weer eigen kan maken door er te zijn, in overtuiging van wat hij zelf wenst en wil. Ik leg hem uit dat zijn aanwezigheid minstens even sterk is en dat hij net als met zijn vrienden zelf mag bepalen wie hij toestaat op zijn kamer, als hij daar zelf ook maar in gelooft.

Als hij even later in de witte, leren behandelstoel ligt ademen we samen, dieper door naar zijn buik om zich zo te concentreren op het voelen van zijn eigen ruimte en het negeren van alle ruis eromheen.
Hij knikt instemmend als ik nog eens vragend knik.Waar wij volwassenen van alles in twijfel trekken gelooft een kind nog zondermeer.
‘Ik zou dat kasteel daar maar gaan bouwen,’ stel ik dan voor.
‘Dat ga ik doen,’ zegt hij nu beslist. ‘Maar ik heb daar wel even wat tijd voor nodig, hoor. Ik begin dan met bijvoorbeeld een uur.’ Het klinkt haast volwassen.

Delen

De zweefmolendialogen: deel IV: Is er leven na de dood?

Posted on 140 Keer gelezen

Het is donderdag en dus tijd voor weer een zweefmolendialoog met schrijver Kluun.

Mw. Van Wijnbergen, vandaag wil ik het weten: is er leven na de dood?

Binnen mijn werkelijkheid is er leven na de de dood Kluun.

‘Binnen jouw werkelijkheid’? Dat klinkt als iemand die al jaren veilig opgesloten zit omdat hij denkt dat hij Napoleon is.

Zitten we niet allemaal opgesloten binnen een door ons gevormde werkelijkheid zolang wij die niet zélf verruimen? Ga jij klakkeloos van mij aannemen dat er leven na de dood is omdat ik het ervaar?

Ik hoor het al, ik kan wel vergeten dat ik vandaag uitsluitsel krijg.
Goed. Vertel, wat is jouw werkelijkheid?

Heb je even? Oh, je bedoelt enkel in focus op leven na de dood…

Ik denk dat, als we straks het loodje leggen, we vrolijk verder gaan aan die andere kant. Een soort door naar de volgende ronde dus. Ik geloof niet dat we opeens het licht zien en direct uit de sores zijn… Dat heeft mijns inziens alles te maken met bewustzijn. We hebben dus een groot deel in eigen hand…

In eigen hand. Leg uit…

Bewustzijn is niet enkel gekoppeld aan het fysieke lijf. Dus na het overlijden kun ook je de grenzen van het bewustzijn blokkeren door (on)geloof en overtuiging. Als je denkt dat de aarde plat is zul je hem niet rond gaan reizen, zoiets…

Wacht even. Zeg je nu dat als je dood bent, maar niet gelooft in leven na de dood, dat je dan ook echt een soort van kassiewijle bent?

Je bent nooit kassiewijle, maar je kunt wel blijven hangen daar ergens tussen twee werkelijkheden in. Een time out in time…

Maar… Maar… dat is chantage!. Dat zegt een dominee, imam of pastoor ook!
Als je niet gelooft, kun je het gevoeglijk vergeten na je dood! Het vagevuur! De hel!

Welnee. Zou gauw als je weer denkt dat het toch wel snor zit daar reis je gewoon weer door joh…

Maar wát is er dan? Wat maakt dat ik het eh… daar zó enorm ‘wel snor vindt zitten’ dat ik er pardoes alsnog gelovig van wordt?

Ook dáár komt er af en toe wel een maatje voorbij die zegt: ‘Hee Kluun, luister… Ik weet een stekkie waar het beter vertoeven is dan hier… Het ligt dan wel weer aan het maatje wat voor stekkie dat dan is…
Allemaal wel zwart wit dit hoor, zitten nog een heleboel kleuren tussen in.

Je had het daarnet over ‘zweven tussen twee werelden’. Dat klinkt als spoken? Bestaan die echt?

Geesten kunnen spoken.

Hoe weet ik dat het bij mij thuis spookt?

Dat weet je óf niet, óf je hebt zo’n hè-gadver-gevoel en je weet niet waarom, óf je staat je tanden te poetsen en denkt dat je opeens een schaduw ziet, maar zodra je omkijkt is er niks, óf je ziet er echt één en je schrikt je te pletter, dan weet je ook dat het bij jou thuis spookt.

Maar zijn er ook echt enge spoken dan?

Laten we het zo zeggen: Ze zijn niet allemaal even mooi en vriendelijk…

Dus niet alles wat dood is is liefde?

Er zijn er inderdaad die heel wat anders in de zin hebben.

Wat een klootzakken…

Ik denk dat ze uiteindelijk allemaal op zoek zijn naar liefde, Kluun, daar draait het hele happie om…

Ik heb geloof ik al twee keer een teken gehad van een overleden iemand. Toen mijn oom overleed kreeg ik zijn stereotorentje. Enkele jaren na zijn dood begon dat ding ineens midden in de nacht te spelen. Ik heb hem drie keer uit moeten zetten die nacht. Daarvoor of daarna nooit meer. Zou hij daarmee iets willen zeggen?

Dat kan ja. Maar misschien had je toen een bepaald gevoel, dus niet de tekenen die ik net noemde, maar misschien een gevoel van liefde. Je kunt je bij overleden dierbaren ook op een bepaalde manier toch op je gemak voelen, net als bij leven. Energetisch verandert er niets in gevoel…

Ik vond het ook gek genoeg niet eng… terwijl ik voelde dat hij bij ons was geweest.

Wat mensen er er eng aan vinden is het onbekende. Maar toch hoor ik vaak van mensen dat ze op het moment supreme geen angst voelen als het gaat om iemand met wie ze energetisch een liefdevolle band hebben (die dus niet verdwijnt na het overlijden). Ze schrikken van een aanwezigheid, maar tegelijkertijd ‘weten’ ze vaak ook dat het goed is.

Van mijn overleden vrouw, Judith, heb ik één keer een teken gehad. Een slaapkamerdeur die ineens dichtknalde, zonder dat er tocht was. Terwijl ik aan haar dacht.

Op zo’n moment kan er energetisch zo’n contact tot stand komen, dat je als het ware samen een lijn open gooit, in liefde… Een moment van pure afstemming. Dat kun je niet afdwingen, dat gebeurt…

Als ik haar mis droom ik over haar, maar daar wil ik het volgende week over hebben, over dromen.

Welja, op bestelling…

Heeft u als paranormaal type zelf wel eens mensen gesproken die dood zijn?

Poeh, praat me er niet van. Te pas en te onpas. En zeker in de tijd dat ik er nog als een dummie instond 20 jaar terug. Ik heb door schade en schande geleerd dat bij mezelf blijven de beste voorwaarden schept tot ‘heldere’ communicatie, en niet alleen met geesten…
Ik maak er geen dagtaak van, ik ga er niet achteraan. Ik denk ook niet dat het zo werkt, dat je op een vingerknip de aandacht krijgt die je wenst… Ik moet er zelf ook niet aan denken, als ik straks daarboven ben, dat iedereen mij oppiept als het zo uitkomt.

Mijn vrouw leek wel verlicht in de dagen voor ze overleed. Herkent u dit?

Het gebeurt vaak dat mensen vlak voor ze overlijden als het ware al met één been aan die andere kant staan. Als het ware gedragen worden… En Judith stond er zo mooi in, dus in die zin kan ik mij daar alles bij voorstellen.

Is dat het loslaten van het ego… het herkennen en opgaan in het grote geheel, waar Eckhart tolle het over heeft?

Verlicht zijn zelf ken ik niet, dat is voor mij net zoveel acabadabra als voor jou, Kluun. Maar ik denk wel dat het zo is. Het Boeddhisme gaat er ook prat op. Het ego dient ons, maar is ook de grootste dwarsligger… Het is eerst de kunst om hem te krijgen (als ik Freud mag geloven), en daarna de kunst om hem weer los te laten…

Heeft u wel eens een sterfproces meegemaakt? Wat ziet u dan?

Ja, ik heb één keer iemand mogen begeleiden. Ik heb dat getracht te beschrijven in de column: De twee gezichten van de dood

Had u toen het gevoel dat u ook over de dood heen kon kijken, ofwel, was het voor u een soort BDE (Bijna-dood) ervaring?

Nou, dat weet ik dus niet, want ik kan het nog niet vergelijken. Ik moet mijn eigen dood eerst nog in scene zien…

Maar wat zag u dan precies? Zag u engeltjes met vleugeltjes?

Nog nooit een echt engeltje met vleugeltjes gezien. Nee, ik schreef: …Ik zag in haar ogen dat zij zag wat ik voelde… Mijn blik hield de hare vast, dus daar was ik op gefocusd, om haar angst voor de dood te kalmeren. Maar ik voelde de sfeer en de kleuren van, naar mijn idee, het grensgebied. Het was voorbij dit aardse, maar het was ook alsof ik niet verder mocht of kon schouwen. Geen toegift dus. Wat ik voelde was wel overweldigend. Ik kan dat niet in woorden helder voor je maken…

Maar hóe ziet of voelt u dat dan, hoe doet u dat in hemelsnaam?

Als ik dat eens wist Kluun. Het gebeurt, door een bepaalde afstemming, in een ander soort bewustzijn. Ik plan dat niet, het overkomt me. Het voelt op zo’n moment alsof ik weet wat ik moet doen, maar rationeel weet ik het helemaal niet. Hoe kan ik dat nou weten? Het is alsof ik op twee manieren kijk. Met mijn ogen, maar daarnaast met een soort geestelijk oog. Ze noemen dat ook wel het ‘derde oog’ in chakraland. Zit daar ergens boven/tussen je wenkbrauwen… Het voelt als daarachter…

Een vriend van mij was bij de dood van zijn vader, die met veel angst en pijn gepaard ging. Hij zegt letterlijk: ‘De dood heeft een lelijk gezicht.’

Voor de mensen die de angst en de pijn van de vrouw in mijn column aanschouwden had de dood ook een lelijk gezicht. Visueel, met mijn aardse ogen dus, had die dood ook een lelijk gezicht, maar wat ik daarachter voelde en zag oversteeg alles. Het beeld van de aardse pijn leek ondergeschikt op dat moment. Het mooie van de bevrijding van juist dát, die overgang, vond ik fascinerend. Zoals ik schreef: …Nog nooit heb ik deze twee tegenstellingen in het gezicht van de dood zo helder gevoeld… Ik voelde mij rijk in deze ervaring, maar ook eenzaam in dit rijke moment, dat ik met niemand kon delen… En dan bedoel ik dat niet zielig, maar ik had het de anderen die van haar hielden en enkel dat lelijke gezicht van die dood zagen zó gegund. Ik kon het ze niet geven…

Boeddhisten zeggen dat de snelste manier om als mens te groeien het meemaken van een sterfproces is, wat vind u daarvan?

Dat ligt eraan hoe intens je dat meemaakt en ervaart. Zoals jij dat hebt omschreven in Komt een vrouw bij de dokter is intens. We konden er allemaal getuigen van zijn. Het heeft jullie iets gebracht dat je op geen andere manier had kunnen vinden…

Voor u is er dus geen enkele twijfel (binnen uw werkelijkheid)?

Rationeel wel. Rationeel kan ik niet alles behappen, en ik ben een analist. Ik wil graag alles verklaren. Maar ik ben gestopt alles te willen verklaren. De ervaringen die ik heb in gevoel overstijgen telkens weer dát. En zelfs al zou ik willen, ik kan er niet omheen…

Zal ik u eens wat vertellen Mw.van Wijnbergen. Ik vertrouw u. Ik snap nu wel dat zelfs u mij niet dat bewijs kunt geven van leven na de dood. Maar uw uitleg fascineert me, want wat u schrijft dat verzin je niet, ik tenminste niet.

Volgende week over dromen?

Ik wil het eerst over iets anders met je hebben, Kluun: Wat is liefde…

Inderdaad, dat vroeg de grote filosoof André Hazes zich ook af. Goed idee Mw.van Wijnbergen, de liefde!

Tot volgende week!

Delen

Doodeng of de normaalste zaak van de wereld

Posted on 96 Keer gelezen

Een moeder vertelt me gister tijdens een consult dat haar zoontje van twee personen ziet die zij niet ziet. Afwisselend met zijn handjes voor zijn oogjes en er weer af, zegt hij dan: ‘Ik zie ze wel, ik zie ze niet, ik zie ze wel, ik zie ze niet.’
Ook zegt hij met regelmaat: ‘Ha opa.’ En dan zwaait hij naar ‘iets’ in de kamer. Maar hij heeft zijn opa nooit gezien, want zijn opa is overleden.

‘Ik vind het doodeng,’ zegt zijn moeder als ze ook vertelt over de slaapkamerdeur die zomaar open gaat terwijl het niet tocht. En over dat ene schilderijtje dat steeds weer opnieuw scheef hangt nadat zij het steeds weer recht hangt.

Ze voelt zelf ook wel eens kou langs haar arm waaien en dan lopen de rillingen over haar rug. Ze tast bij mij af of dat ook een geest kan zijn, zoals ze zelf al vermoedt.
‘Ja hoor, dat kan,’ zeg ik. ‘Die kunnen  te pas en te onpas voorbij komen waaien.’
‘He jakkes. Maar van dat schilderijtje dan? Ik heb zelf het gevoel dat mijn vader dat doet, expres.’
‘Ik van die deur ook.’
Ze kijkt me verschrikt aan, maar tegelijkertijd ook opgelucht: ‘Oh, gelukkig zeg, mijn vader vind ik niet erg. Dat mag.’
Toch is ze wel blij dat ze geen geesten ziet, zoals haar zoontje.

Een meisje van vier zegt spontaan tegen haar vader als zij achterop de fiets zit en ze voorbij een kinderkerkhof rijden: ‘Kijk papa, allemaal kindjes.’
Bij het graf van opa en oma zegt ze: ‘Dag opa en oma.’
Maar ze weet nog niet wat een graf is.

‘Maar hoe zie jij dan geesten,’ vraagt weer een moeder die zich afvraagt hoe die er dan uitzien.
‘Vluchtig, luchtig,’ zeg ik. ‘Eigenlijk net zoals ik jou nu zie, maar dan een beetje vaag of in delen. Een beetje doorzichtig.’
‘Ik maak nooit iets paranormaals mee.’
‘Dat denk je maar.’
Als we verder in gesprek raken blijkt  ze haar mening te herzien.

Mijn eigen zoon vertelde toen hij nog klein was zomaar uit het niets dat baby’s die veel huilen moeite hebben om hier op aarde te wennen, omdat ze uit een andere dimensie komen waar het heel fijn is.
‘Hoe weet je dat?’ vroeg ik hem, ik had het hem niet verteld.
‘Gewoon, omdat ik dat weet,’ was zijn antwoord, alsof het de normaalste zaak van de wereld was.

Paranormaal is zo gek nog niet. Onze kinderen vinden dat ook, totdat wij ze gaan leren dat het niet normaal is. Er zijn gradaties, en dat maakt het onderscheid, maar we hebben er allemaal een tik van mee. In andere culturen is het zelfs de normaalste zaak van de wereld.

Delen