web analytics

Fragmenten

Elly de voeler

Posted on 514 Keer gelezen

Waar Wiebe (3) eerst wel elke dag naar Elly wilde is het ineens klaar, over en uit.

Elly werd besproken tijdens het eten, voor het slapen gaan en soms ook als hij wakker werd midden in de nacht.  ‘Waar hij eerst vooral over Omi (oma) sprak gaat het nu over Omi en Elly. ‘Hij strijkt met zijn handjes ook Omi’s pijnen weg,’ vertelde moeder.

Het gaat goed met Wiebe. Het gaat al langere tijd goed met Wiebe, maar hij mocht zijn eigen tijd bepalen. Haalt verloren speeltijd in. Met humor, ideeën, opmerkingen, verhalen, maar vooral ook met veel plezier als hij erover vertelt.
‘En je hebt inmiddels ook een bijnaam, Elly de voeler.’  Die ontstond nadat er later ook een Elly de fysio kwam. Eerst kon dat niet in Wiebe’s beleving, er was maar één Elly. Later werd dit Elly de voeler.

Wiebe verstopt zich achter moeder als ze samen binnenkomen. Niet meer uit verlegenheid, maar vanwege het spel.
‘Ben je helemaal alleen?’ vraag ik dan. ‘Wilde Wiebe niet mee?’
‘Nee, vandaag had Wiebe niet zo’n zin.’
‘Och, dat is jammer. Ik had me er juist zo op verheugd Wiebe weer te zien.’
Als hij dan plotseling achter moeder’s rug tevoorschijn komt is het dikke pret.
‘We hebben een bosje rode rozen voor je meegenomen.  Zorgvuldig gekozen, omdat Elly ook een rode stoel in de kamer heeft. En Wiebe heeft ook nog een cadeautje voor je, want het is de laatste keer dat hij komt, hè Wiebe?’
Wiebe knikt.
‘Wil je het nu aan Elly geven of straks boven,’ vraagt ze.
‘Nu.’
Vanuit Wiebe’s broekzak komt een zakje met daarin een kristallen guardian angel en een pasfoto van Wiebe.
‘Hij heeft dit zelf bedacht,’ licht moeder toe. ‘Wist zeker dat hij een kristallen engeltje voor jou wilde kopen en wilde die eigenlijk gister al komen brengen.’

Wiebe heeft vaker iets met engelen. Moeder vertelt wat Wiebe eerder deze week tegen haar zei toen ze naar haar werk ging en hij haar nakeek. ’Er stapte een engel bij je in de auto.’
Het overviel haar. ’Hoezo, waar dan? Daarboven, om me heen?’ Haar handen duiden de vraag, zwevend in de lucht.
‘Nee, in de auto,’ herhaalde Wiebe (3) . ‘Die engel stapte in je auto.’

Ik bewonder de kristallen engel van alle kanten. ‘Wat mooi, wat ontzettend lief van je, Wiebe. En het ruikt ook zo lekker,’ zeg ik snuivend aan het zakje waar het engeltje in zit verpakt.
Hij twijfelt nog even over de tekening die hij nog had willen maken. Hoe moet dat nu.
‘Maar die kunnen we altijd nog brengen,’ stelt moeder gerust. ‘Elly woont hier met de auto maar een kwartiertje vandaan.’

Als moeder na de behandeling nog wat napraat wil Wiebe zo snel mogelijk naar huis.
‘Kom nou, kom.’
Waar hij voorheen wel elke dag wilde is hij nu vastbesloten dat het klaar is en verdwijnt zijn fascinatie voor Elly de voeler als sneeuw voor de zon.
‘Als je weer naar Elly wilt dan kan dat, hè. Misschien over een poosje,’ zegt moeder voorzichtig.
Wiebe steekt tien vingers in de lucht. ‘Over zoveel.’
De eerste tijd stond één vinger voor een week. De laatste keer waren het er drie.
Die tien lijkt een voorzichtige inschatting door de herhalende beweging die hij met beide handjes maakt.
Moeder wil nog wel één detail aan me kwijt.
‘Ga je Elly niet missen?’ vroeg ze hem onderweg in de auto.
‘Nee hoor,’ klonk het resoluut.

 

Eerdere column over Wiebe.
Over kinderen en lichtjes

Delen

Skype consult

Posted on 525 Keer gelezen

FB chat *buitenland: “Goedemorgen Elly! Geef jij ook consulten via skype? Dan zou ik daar graag gebruik van willen maken.”

Skype dus. Ik loop hopeloos achter, zie ik na snel wat surfen op het net.
Oké, schrijf ik.
Of nee, ik schrijf eerst dat ik dat nog nooit heb gedaan. En krijg vervolgens uitleg over hoe dat in zijn werk gaat.
“Proberen?”

Ét voila, Skype consult anno 2015 is een feit.
Ik ben weer bij.

Delen

Ook kinderen en lichtjes

Posted on 533 Keer gelezen

Wiebe is drie en ziet op de slaapkamer van mama een boze man. Wiebe ziet vaker mannen en vrouwen die anderen niet zien, maar niet eerder boze. Al vanaf dat hij baby was wijst hij naar plaatsten waarvan moeder voelt dat daar ook geesten zijn, vertelt ze. Nu hij groter is zegt hij ook lichtjes te zien. Maar alleen bij oma in huis. Bij Omi, waar hij heel graag komt.

Moeder vindt het niet vreemd dat Wiebe geesten ziet. Ook zij zag vroeger iemand in het huis van haar ouders. En nog steeds voelt of ziet ze soms een energie. Niet zo helder als Wiebe, maar een schim waarvan ze intuïtief weet dat die niet van deze aarde is. En altijd op de plek die Wiebe aanwijst of waar hij niet wil zijn.

Dat Wiebe nu een boze geest ziet waarvan hij overstuur raakt baart haar zorgen. Ze maakt een afspraak in mijn praktijk.
Wiebe is erg verlegen, heeft moeite met mensen, waarschuwt ze. Nieuwe mensen die hij niet kent. Dat duurt meestal en minstens wel een uur. En soms wil het ook helemaal niet, heeft hij een duidelijke voorkeur of hij iemand wel of niet toelaat.
Ik adviseer haar alvast mijn foto aan hem te laten zien op de website. Als hij dan zelf naar mij toe wil is de eerste drempel wellicht genomen.
Dat lijkt ook zo te gaan. Wiebe lijkt heel bewust te kiezen, vertelt moeder later.
Morgen naar Elly, die gaat de boze man wegjagen, zei hij zelfs.
Laat Elly maar hier naar toe komen, had hij op een ander moment gezegd. Op heel volwassen toon.

Als Wiebe voor de deur staat is het anders.
Hij wil weg, kijkt weg. Ik vind geen oogcontact met Wiebe.
‘Elly ziet er anders uit,’ verklaart moeder.
Mijn haar is opgestoken, lijkt veel lichter op de foto en ik draag nu geen bril.
Wiebe is boos, wil liever niet over de drempel en al helemaal niet in de stoel.
‘Ik wil naar huis,’ fluistert hij elke volgende minuut met zijn hoofdje tegen moeder’s borst.
‘Kan het zijn dat de boze man hier invloed op heeft?’ wil moeder weten.
Ik beaam dat dit kan, dat de boze man misschien niet zo blij is met dit bezoek en Wiebe dat voelt.
Meer leg ik niet uit waar Wiebe bij is.

Ik mag over Wiebe’s rugje strijken terwijl hij geborgen weggedoken bij mama op schoot zit. Tijdens het strijken moet het wel elke minuut klaar zijn en keert hij zijn hoofdje nog meer weg van mij.
Ik houd de behandeling kort. Wil niets van de credits verliezen voor een volgend consult dat voelbaar nodig is. Wiebe’s veld is vol, te vol met teveel prikkels.

 

Het volgende consult komt Wiebe binnen met een tekening in zijn hand.
Twee zelfs. Op elke kant van het papier één.
Ik reageer blij verrast, maar Wiebe praat nog steeds niet. Wil ook niet kiezen welke kant van zijn tekening op het bord mag prijken. Ik kies de kant met WIEBE.
Ook geeft hij aan weer naar huis te willen.
‘Dat was onderweg niet zo,’ zegt moeder. ‘Onderweg vond hij het juist spannend allemaal, wees naar de straat en het huis van Elly. Wist precies waar hij wezen moest.’
Eenmaal binnen overheerst opnieuw de verlegenheid en fluistert hij net als de eerste keer. Met één groot verschil.
Ik heb oogcontact met Wiebe, al bij binnenkomst. Mag langer over zijn rug strijken en uiteindelijk ook over zijn buik. Zijn gewoonte van verlegenheid spreekt nog steeds afwijzend nee, zijn hoofd schuilt opnieuw tegen zijn moeder’s borst, maar echt weerstand is er niet. Hij laat het strijken stil en genoegzaam toe. Wil wel naar huis, maar even later toch ook weer niet en laat mijn ogen hem observeren.
Als ik met moeder in gesprek ben observeert hij mijn blik naar haar.
‘Ik moet nog wel met hem mee naar boven,’ vertelt ze. ’Hij durft nog niet zo alleen, maar Wiebe loopt nu weer zelf de slaapkamer op en blijft heel rustig, de boze man is niet meer boos. En er is ook een vrouw boven, een aardige, toch, Wiebe?’
Wiebe knikt.
‘Ook kinderen en lichtjes,’ fluistert hij in mama’s oor.

Delen

We fluiten samen

Posted on 479 Keer gelezen

Hij (7) begint te fluiten als hij geen zin meer heeft om te praten.
Ik fluit dan mee, we fluiten samen.
De ene keer fluit hij beter dan de andere keer.
Damn, het lukt niet, smoest hij dan.
Ikzelf fluit er dan vrolijk op los.
Tot ik aan zijn buik kom.
Dan begint de slappe lach.
Al bij de eerste aanraking.
Het kriebelt zo gek, giebelde hij de eerste keer.
Voel je dat nu al? vraagt moeder.
Jahahahaha.

Delen